Telt een periode van schorsing wel of niet mee voor de maximale ontslagvergoeding?

Terug

De WNT (Wet normering topinkomens) stelt zoals bekend maxima aan beloning en ontslagvergoeding van topfunctionarissen. Die wet roept – in combinatie bezien met de overige arbeidsrechtelijke wetgeving en jurisprudentie – vaak vragen op.

Op het gebied van de ontslagvergoeding kan een aspect van die ontslagvergoeding zijn, een periode van vrijstelling van werk. Aanvankelijk bepaalde de WNT dat het niet was toegestaan een topfunctionaris vrij te stellen van werk; later werd die bepaling gewijzigd en nu mag dat wel, als die periode maar wordt meegerekend voor de berekening van de maximale vergoeding.

1e uitspraak
Betreft een topfunctionaris in het onderwijs met een contract voor bepaalde duur. Overeengekomen was dat indien dat contract niet zou worden verlengd, hij een vergoeding van 6 maandsalarissen zou krijgen. Zes maanden voor het einde van de overeenkomst werd hij door zijn werkgever eenzijdig op non-actief gesteld en werd hem meegedeeld dat zijn contract niet zou worden verlengd. Bij het einde van het dienstverband was de werkgever van oordeel dat zij geen vergoeding meer hoefde te betalen, omdat de zes maanden al waren betaald in het kader van de non-actiefstelling. De kantonrechter verwierp dat standpunt; hij stelde dat het voorschrift in de WNT dat de periode van non-activiteit moet worden meegerekend bij de ontslagvergoeding een anti-misbruikbepaling is om te voorkomen dat partijen in feite een vergoeding afspreken die boven het WNT-maximum ligt. Omdat de werknemer hier onvrijwillig op non-actief was gesteld was van misbruik geen sprake. Omdat meer algemeen geldt dat non-activiteit voor rekening van de werkgever komt en dat gedurende die periode loon verschuldigd blijft werd de vordering van de werknemer tot betaling van de volledige overeengekomen ontslagvergoeding toegewezen (er speelden meer zaken in deze procedure, maar die zijn vanuit een oogpunt van de WNT minder relevant. Wel het opmerken waard is dat zes maandsalarissen in dit geval lager lag dan de maximale ontslagvergoeding, wat het standpunt van de werkgever des te meer onredelijk maakte).

2e uitspraak
De feiten lagen hier echter iets anders. Hier was de volgorde: onvrijwillige schorsing, beëindigingsovereenkomst met een vergoeding van het WNT-maximum, met inachtneming van de opzegtermijn en doorbetaling van loon tot de einddatum. Met dat laatste – doorbetaling van loon tot de einddatum – was een bedrag van € 71.000,- gemoeid, en dat bedrag werd vervolgens door de werkgever teruggevorderd als onverschuldigd betaald (zoals de WNT inderdaad voorschrijft). Die eis werd door de kantonrechter verworpen; ook hier oordeelde de rechter dat van een poging tot omzeiling van het WNT-maximum geen sprake was, en dat een andere conclusie (namelijk: dat de werknemer het loon over de opzegtermijn zou moeten terugbetalen) tot een onaanvaardbaar resultaat zou leiden.

Publicatiedatum 13/01/2017

Volg ons op social media