Aanpassing herplaatsingsplicht per 1 juli 2016

Terug

De herplaatsingsplicht is vanaf 1 juli 2015 zowel van belang in geval van een opzegging door de werkgever als in geval van een ontbinding op verzoek van de werkgever.

Met ingang van 1 juli 2016 is gewijzigd welke arbeidsplaatsen worden betrokken in het kader van de mogelijkheden tot herplaatsing, geregeld in artikel 9 van de Ontslagregeling. Onveranderd blijft dat arbeidsplaatsen worden betrokken van uitzendkrachten.
Verder blijft onveranderd dat arbeidsplaatsen worden betrokken waarvoor een vacature bestaat.

Hetzelfde geldt voor arbeidsplaatsen waarvoor binnen de redelijke termijn van herplaatsing een vacature zal ontstaan.
Ook die arbeidsplaatsen worden na 1 juli 2016 nog steeds betrokken bij de mogelijkheden tot herplaatsing.
In herinnering wordt gebracht dat de redelijke termijn van herplaatsing gelijk is aan de opzegtermijn van de werkgever.

Herplaatsingsplicht arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Per 1 juli 2016 vindt een wijziging plaats inzake de arbeidsplaats van een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Die arbeidsplaatsen worden niet langer steeds betrokken in het kader van de herplaatsingsplicht.
Die arbeidsplaatsen worden alleen nog maar betrokken als de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt binnen de redelijke termijn van herplaatsing. Tot 1 juli 2016 gold niet dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege diende te eindigen binnen de redelijke termijn van herplaatsing.

Herplaatsingsplicht oproepkracht
Die arbeidsplaatsen worden nog steeds betrokken in het kader van de herplaatsingsplicht.
Echter, worden die arbeidsplaatsen nog slechts betrokken als de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst.

Herplaatsingsplicht ingeleend personeel
Dat arbeidsplaatsen van werknemers die van een andere werkgever, niet zijnde een payrollwerkgever, zijn ingeleend betrokken dienen te worden bij de mogelijkheden tot herplaatsing bleek al duidelijk uit de ontslagregeling. Daarin is geen verandering gebracht.
Wel is verduidelijkt dat ook arbeidsplaatsen van werknemers die zijn ingeleend van een andere vestiging betrokken dienen te worden.

Herplaatsingsplicht AOW-gerechtigde werknemer
De arbeidsplaats van een werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, dient betrokken te worden in het kader van de herplaatsingsplicht.

Herplaatsingsplicht zelfstandige
De arbeidsplaats deint ook te worden betrokken van degene die anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is.
Dit is slechts niet het geval als aannemelijk is dat:

het voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is dat deze werkzaamheden anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst worden verricht;
de werkzaamheden worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep; en
de werkzaamheden worden verricht door of namens een natuurlijk persoon of rechtspersoon die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Uitzondering herplaatsingsplicht
De hiervoor genoemde arbeidsplaatsen behoeven niet betrokken te worden in het kader van de herplaatsingsplicht als de werkgever kan aantonen dat de werkzaamheden niet van structurele aard zijn, maar voor maximaal 26 weken worden verricht.
Een uitzondering hierop geldt voor de arbeidsplaats waarvoor een vacature bestaat of zal ontstaan tijdens de redelijke termijn voor herplaatsing. Die arbeidsplaatsen zullen steeds betrokken dienen te worden in het kader van de herplaatsingsplicht. Ongeacht of sprake is van structurele werkzaamheden of werkzaamheden voor maximaal 26 weken.

Herplaatsingsplicht binnen concern
Als een onderneming onderdeel uitmaakt van een concern, dan dient ook binnen de andere ondernemingen van het concern bezien te worden of er mogelijkheden tot herplaatsing zijn.

Publicatiedatum 19/12/2016

Volg ons op social media