Bestaan arbeidsovereenkomst tussen werknemer en broer niet bewezen

Terug

Van 3 september 2007 tot 1 maart 2008 heeft werknemer een werkstage gelopen bij het bedrijf van zijn broer. Werknemer vordert loon van zijn broer over de periode van 1 maart 2008 tot februari 2009 omdat volgens hem toen sprake was van een arbeidsovereenkomst.

De rechtbank heeft de vordering van werknemer afgewezen omdat na het horen van 18 getuigen en drie getuigen in contra-enquête onvoldoende bewijs is geleverd. In hoger beroep betoogt werknemer dat hij het vereiste bewijs heeft geleverd, althans dat hij in hoger beroep dient te worden toegelaten tot nadere bewijslevering door middel van getuigen.

Een van de getuigen heeft verklaard dat de broer een reeds door hem ondertekende arbeidsovereenkomst heeft aangeboden maar dat werknemer het niet eens was met de inhoud en het aanbod daarom afgeslagen heeft. Volgens het hof is deze verklaring geloofwaardig. Ook is verklaard dat werknemer na 1 maart 2008 niet op het bedrijf is gezien en heeft werknemer geen goede verklaring gegeven voor het feit dat hij over de periode vanaf 1 maart 2008 nooit enig loon van de broer heeft ontvangen.

Het aanbod van werknemer om in hoger beroep reeds gehoorde getuigen nader te horen of nieuwe getuigen voor te brengen wordt niet gehonoreerd, nu werknemer in de procedure niet meer door een advocaat wordt vertegenwoordigd en hij in eerste aanleg ruimschoots de gelegenheid heeft gekregen het vereiste bewijs te leveren.

Publicatiedatum 10/06/2015

Volg ons op social media