De veertiendagenbrief

Terug

Bij zijn arrest van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704) past de Hoge Raad de rechtsregel uit het arrest Centavos toe op de aanmaning tot betaling binnen veertien dagen van incassokosten, de zogenaamde veertiendagenbrief van artikel 6:96 lid 6 BW:

In zijn arrest van 25 november 2016 vult de Hoge Raad de rechtsregel uit het arrest Centavos voor de veertiendagenbrief ook aan. Hij bepaalt dat de veertiendagenbrief niet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW voldoet, indien omtrent de dag van aanvang of einde van de aangewezen termijn in de brief verwarrende of misleidende informatie wordt gegeven. De veertiendagenbrief blijft dan zonder gevolgen. De Hoge Raad geeft een voorbeeld van een juiste formulering in de veertiendagenbrief.

In verstekzaken voldoet de formulering “dat incassokosten verschuldigd worden indien niet betaald is “binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” of “binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd” aan de wet”.

Maar wat indien de schuldenaar tóch de ontvangst van de veertiendagenbrief voldoende onderbouwd betwist?

Raadzaam is daarom aan te sluiten bij de rechtsregel uit het arrest Centavos en te formuleren “dat incassokosten verschuldigd zijn indien niet betaald is binnen veertiendagen vanaf de dag nadat deze brief door u ontvangen is”. In een voetnoot kan dan onder verwijzing van het arrest van 25 november 2016 verduidelijkt worden dat de brief geacht wordt ontvangen te zijn door de schuldenaar de dag nádat de brief bezorgd is en de veertiendagentermijn (indien een voldoende onderbouwde betwisting uitblijft) derhalve aanvangt vanaf die dag.

Publicatiedatum 06/02/2017

Volg ons op social media