FNV veroordeeld tot rectificatie na ongefundeerde beschuldigingen van ‘misbruik’ van 15-jarigen bij supermarkt

Terug

Werkgever exploiteert een supermarkt. FNV heeft op enig moment signalen ontvangen van werknemers over onregelmatigheden bij de tewerkstelling van 15-jarigen en in de urenregistratie bij werkgever, en hier melding van gemaakt bij de Inspectie SZW en werkgever uitgenodigd voor een gesprek.

Werkgever heeft FNV laten weten zich niet te herkennen in de aantijgingen, waarbij werkgever op verzoek van FNV inzage verstrekt in de urenregistratie. FNV heeft werkgever vervolgens laten weten dat zij van verder overleg afziet, omdat er niet langer sprake was van een door haar te vertegenwoordigen collectief belang.

Kort daarna heeft FNV echter een hernieuwde melding gedaan bij de Inspectie SZW. Daarnaast heeft FNV op haar website, Facebook-pagina en in haar nieuwsbrief een persbericht gepubliceerd, en beschuldigt werkgever ervan dat zij 15-jarigen misbruikt door hen niet volgens de regels te behandelen en dat werkgever sjoemelt met de urenregistratie en personeel stelselmatig te weinig uitbetaalt.

Werkgever dagvaardt FNV in een kort geding en vordert FNV te gebieden het persbericht te verwijderen, internetzoekmachines te verzoeken het persbericht en alle verwijzingen daarnaar te verwijderen en een rectificatie te plaatsen op de website, Facebook-pagina en in de nieuwsbrief van FNV.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat toewijzing van het gevorderde in beginsel een beperking inhoudt van het grondrecht van FNV op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, zoals ter bescherming van de eer en goede naam en de rechten van anderen. Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake wanneer de uitlatingen van FNV onrechtmatig zijn in de zin van art. 6:162 BW. Bij de beoordeling of dat het geval is, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren enerzijds de aard van de inhoud van het persbericht en de ernst van de gevolgen van de publicatie daarvan voor werkgever en anderzijds het doel van de publicatie voor FNV en de ernst van de misstand die de publicatie aan de kaak beoogt te stellen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vinden de uitlatingen van FNV onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Enig direct bewijs waaruit de verschillen tussen de daadwerkelijk gewerkte uren en het aantal uitbetaalde uren blijkt, heeft FNV niet overgelegd. Ook met betrekking tot de overtreding van de werkomstandigheden van 15-jarigen heeft FNV slechts één concrete overtreding kunnen aantonen.

De voorzieningenrechter acht de publicatie van het persbericht dan ook onrechtmatig jegens werkgever. Daarbij weegt mee dat FNV zich heeft bediend van suggestieve, strafrechtelijk getinte bewoordingen als “misbruik” “sjoemelt” en “steelt”. Deze bewoordingen hebben de eer en goede naam van werkgever aangetast. Ook weegt mee dat niet is gebleken dat FNV afdoende onderzoek heeft gedaan of laten doen naar de vermeende misstanden, alvorens tot publicatie van de aantijgingen over te gaan. Dit maakt dat de belangenafweging in het voordeel van werkgever uitvalt. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van werkgever toe.

Publicatiedatum 04/06/2015

Volg ons op social media