Het recht van de werknemer op een schone lei (bron: mr. M. Faber)

Terug

De NS krijgt er in de publieke opinie af en toe flink van langs. Iedere Nederlander vindt langdurige vertragingen en treinuitval vervelend. Regelmatig wordt dan ook de vraag op tafel gelegd wanneer de NS daar nu eindelijk eens iets aan gaat doen. Dat de NS wel degelijk probeert hier iets aan te doen, blijkt uit de uitspraak van de Kantonrechter Overijssel van 13 november 2017 (ECLI:NL:RBOVE:2017:4208).

Afwijzing ontbindingsverzoek
Deze uitspraak gaat over het verzoek van de NS tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een hoofdconducteur die herhaaldelijk te laat was gekomen en die zich ook anderszins niet altijd aan de regels hield, waardoor treinen vertraging opliepen. De NS had haar verzoek tot ontbinding primair gegrond op verwijtbaar handelen van de hoofdconducteur (de e-grond) en subsidiair op een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). 

De kantonrechter heeft het ontbindingsverzoek afgewezen. De kantonrechter vindt de feiten niet ernstig genoeg voor een ontbinding en geeft de NS bovendien een paar flinke vegen uit de pan voor wat betreft de wijze waarop zij de kwestie heeft aangepakt.

Het recht op een schone lei
Het meest opvallende aan deze uitspraak is dat de kantonrechter een viertal incidenten die zich hadden voorgedaan in de periode vóór 2009, buiten beschouwing laat. De kantonrechter overweegt daarbij dat in de periode 2009 – 2013 geen incidenten hebben plaatsgevonden en dat het niet zo kan zijn dat incidenten in een ver verleden de werknemer zijn gehele carrière blijven achtervolgen, zeker als een zeer ruime periode is verstreken waarin géén incidenten hebben plaatsgevonden.

Het meest opvallende aan deze uitspraak is dat de kantonrechter een viertal incidenten die zich hadden voorgedaan in de periode vóór 2009, buiten beschouwing laat. Kennelijk is de kantonrechter van mening dat een werknemer, na een bepaalde periode goed gedrag vertoond te hebben (in dit geval 4 jaar), weer een schone lei verdient, en dat zijn voorheen gemaakte fouten dan dienen te worden vergeten. Op zich valt er zeker iets voor deze redenering te zeggen, helemaal indien het – zoals hier – gaat om relatief kleine incidenten, zoals 5 minuten te laat komen. Als dit een paar keer voorkomt (wat natuurlijk de beste kan overkomen) en daarna gaat het weer jarenlang goed, dan is het in mijn ogen inderdaad tamelijk onredelijk wanneer dit jaren later nog tegen de werknemer kan worden gebruikt. De werknemer zal deze kleine vergissingen jaren later immers zelf ook vaak weer zijn vergeten.

Kennelijk is de kantonrechter van mening dat een werknemer, na een bepaalde periode goed gedrag vertoond te hebben, weer een schone lei verdient, en dat zijn voorheen gemaakte fouten dan dienen te worden vergeten. Ik vraag mij wel af of dezelfde redenering kan worden toegepast indien het gaat om zwaardere incidenten, die bijvoorbeeld te maken hebben met veiligheid of respect voor collega’s. In die situaties vind ik het in ieder geval verdedigbaar dat incidenten in het verleden nog wél relevant kunnen worden geacht, indien een werknemer jaren later weer gelijksoortig gedrag vertoont. Dan blijkt immers dat een werknemer in het verleden kennelijk toch niet zijn les heeft geleerd, wat hem kwalijk kan worden genomen. Sommige lessen dient een werknemer zich in mijn optiek altijd te blijven herinneren, ook al zijn ze van jaren geleden. Mogelijk is het recht op een schone lei bij zwaardere incidenten dus minder sterk.

Overige incidenten zijn onvoldoende ernstig
Ten aanzien van de incidenten ná 2013 overweegt de kantonrechter vervolgens dat deze niet dusdanig ernstig zijn, dat van de NS in redelijkheid niet kan worden verwacht het dienstverband te laten voortbestaan. Daarbij acht de kantonrechter relevant dat tussen de verschillende incidenten af en toe weer een ruime periode zat en ook waardeert de kantonrechter sommige incidenten anders (minder zwaar) dan de NS. Ook acht de kantonrechter relevant dat de hoofdconducteur gedurende een proefperiode van één jaar die hij opgelegd had gekregen, slechts één keer de fout in ging, terwijl deze fout ook nog goed verklaarbaar was én de werknemer in die periode veel privéproblematiek had. De kantonrechter verwijt de NS “weinig inlevingsvermogen” te hebben door onder die omstandigheden de werknemer een brief te sturen waarin hij een laatste kans krijgt om zijn gedrag te verbeteren, met daarbij de opmerking dat ook een kleine overtreding ervoor zal zorgen dat hij wordt ontslagen.

Fouten maken is tot op zekere hoogte toegestaan
Uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat een werknemer tot op zekere hoogte best een steekje mag laten vallen en dat de werkgever – zelfs indien dit herhaaldelijk gebeurt – niet altijd de mogelijkheid heeft de werknemer in verband hiermee te ontslaan. Dat lijkt mij een redelijk uitgangspunt. Iedere werknemer is immers maar een mens en mensen maken nu eenmaal wel eens fouten. Oftewel: van geen enkele werknemer kan worden verwacht dat hij altijd perfect handelt. Uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat een werknemer tot op zekere hoogte best een steekje mag laten vallen.
Aan de andere kant bekruipt mij het gevoel dat de hoofdconducteur in deze kwestie wel erg goed is weggekomen. Het dubbeltje had wellicht ook de andere kant op kunnen vallen, indien de kantonrechter meer gewicht had toegekend aan het grote belang en de publieke taak van de NS om treinen stipt op tijd te laten rijden.

De “druppeltheorie”
Relevant daarbij is dat uit de uitspraak blijkt dat de meeste incidenten werden veroorzaakt door een zekere mate van onachtzaamheid van de hoofdconducteur, wat hem natuurlijk wel kan worden verweten. Ook blijkt uit de uitspraak dat de NS de werknemer meerdere keren stevig had gewaarschuwd, zodat hij wist dat zijn gedrag onder een vergrootglas lag. Onder die omstandigheden had de kantonrechter ook kunnen oordelen dat het laatste incident, hoe klein ook, de druppel was die de emmer deed overlopen. Er zijn in elk geval voldoende uitspraken waarin deze zogeheten “druppeltheorie” wél wordt gehonoreerd. Indien de hoofdconducteur een andere kantonrechter had getroffen, had hij dan ook wellicht nu geen baan meer gehad.

Indien de hoofdconducteur een andere kantonrechter had getroffen, had hij dan ook wellicht nu geen baan meer gehad.
Ik denk daarom ook niet dat deze uitspraak maatgevend is voor andere situaties, waarin een werknemer een vergelijkbaar aantal “steken” heeft laten vallen. Werknemers moeten zich hiermee dus niet al te rijk rekenen. En de NS? Die zal op andere manieren moeten proberen treinen op tijd te laten rijden. Deze hoofdconducteur gaat binnenkort in elk geval gewoon weer aan het werk.

Publicatiedatum 30/11/2017
Het recht van de werknemer op een schone lei (bron: mr. M. Faber)

Volg ons op social media