Hoge Raad staat maatwerk toe bij billijke vergoeding

Terug

De billijke vergoeding is volgens de Hoge Raad geen straf voor de werknemer. De billijke vergoeding is bedoeld om de werknemer te compenseren voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook kan hiermee worden tegengegaan dat werkgevers kiezen voor een vernietigbare opzegging, omdat dit voor hen voordeliger is dan de werknemer in dienst houden of er volgens de regels afscheid van nemen.

Ontslagvergunning geweigerd
De Hoge Raad deed zijn uitspraak in de zaak van een kapster die na meer dan twintig jaar werd ontslagen door de nieuwe eigenaren van het bedrijf waarvoor zij werkte. Zij werkte alleen op maandagmiddag en verdiende daarmee 224,51 euro bruto per maand. Een eerdere aanvraag voor een ontslagvergunning om bedrijfseconomische redenen werd geweigerd door het UWV.

Een conflict over de opname van vakantiedagen werd aangegrepen om de vrouw te ontslaan. De kantonrechter kende haar een billijke vergoeding toe van vierduizend euro. In hoger beroep bekrachtigde het hof deze vergoeding.

Gevolgen rechteloze beëindiging op de koop toe genomen
Het hof beredeneerde deze uitspraak als volgt. De werkgever heeft het dienstverband welbewust in strijd met de geldende wettelijk voorschriften opgezegd. De werkgever werd hierbij bijgestaan door een advocaat. In de eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft de werkgever gezegd ‘er klaar mee te zijn’. Het hof ziet hierin de bevestiging dat de werkgever de gevolgen van de rechteloze beëindiging op de koop toe heeft genomen.

Vernietigen opzegging niet verplicht
Wanneer een opzegging vernietigbaar is, heeft de werknemer twee keuzemogelijkheden. Een is wedertewerkstelling eisen. De tweede keuze is een billijke vergoeding te verzoeken. Daarin zit geen volgorde. Het is dus niet zo dat de werknemer eerst moet proberen weer toegelaten te worden tot het werk en pas als dat niet slaagt om een billijke vergoeding mag vragen. Zowel het hof als de Hoge Raad oordelen dat de werknemer het recht heeft om ervoor te kiezen de opzegging niet te vernietigen. In plaats daarvan kan de werknemer om een billijke vergoeding te verzoeken.

Billijke vergoeding is geen straf voor werkgever
Het hof houdt vast aan de letter van de WWZ: namelijk dat de gevolgen van het ontslag zijn gecompenseerd door de betaalde transitievergoeding. De billijke vergoeding dient volgens het hof een ‘punitief en afschrikwekkend karakter’ te hebben.

De Hoge Raad is het daarmee niet eens. Soms moeten de gevolgen van het ontslag wel degelijk in de vergoeding worden gecompenseerd. De Hoge Raad citeert daarbij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: “In geval van vernietiging van de opzegging heeft de werknemer nog steeds een arbeidsovereenkomst met de werkgever en recht op tewerkstelling en uitbetaling van daarbij behorend loon. Een separate loonvordering hoeft derhalve niet meer te worden ingesteld. Dit geldt eveneens als in plaats van een vernietiging een billijke vergoeding wordt toegekend, omdat in dat geval een aanspraak op ten onrechte niet genoten loon kan worden verdisconteerd in de billijke vergoeding.”

Omstandigheden bepalen hoogte vergoeding
De Hoge Raad concludeert hieruit dat bij het vaststellen van de billijke vergoeding kan worden gelet op het loon dat de werknemer zou hebben verdiend wanneer de opzegging wel was vernietigd. Het zal volgens de Hoge Raad verder afhangen van de omstandigheden van het geval welke verdere duur van de arbeidsovereenkomst daarbij in aanmerking moet worden genomen. Daarbij is mede van belang of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook op rechtmatige wijze had kunnen beëindigen. En zo ja, op welke termijn? Er is in speciale gevallen dus wel degelijk ruimte voor maatwerk.

Overigens kan een en ander ook betekenen dat de rechter deze redenering toepast om de loonvordering te matigen op grond van 7:680a BW.

Zaak terugverwezen naar hof
Terug naar de onfortuinlijke kapster die haar werk kwijt is. De kantonrechter en het hof kendenhaar een vergoeding van vierduizend euro toe. Zelf had zij een bedrag van 57.699,07 euro bruto becijferd. Betekent de uitspraak van de Hoge Raad nu dat zij dit bedrag ook krijgt? Dat staat nog lang niet vast. De Hoge Raad heeft de zaak voor verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof ‘s-Hertogen Bosch.

Ontslag met een staartje
Voor de kapsalon die dacht ‘helemaal klaar te zijn’ met zijn werknemer, blijkt dit ontslag al met al een aardig staartje te krijgen. De kosten voor het geding in cassatie – ruim drieduizend euro – zijn in ieder geval voor de werkgever.

Bron: Hoge Raad | ECLI:NL:HR:2017:1187

Publicatiedatum 07/08/2017
Hoge Raad staat maatwerk toe bij billijke vergoeding

Volg ons op social media