Is verwijtbaar handelen erg genoeg voor ontslag op staande voet?

Terug

De man is al tientallen jaren in dienst van een bedrijf dat is gespecialiseerd in liften, roltrappen en andere hijs- en transportwerktuigen. Sinds het bedrijf in 1994 door een grote buitenlandse onderneming is overgenomen, werkt de werknemer als managing director. 

Interne audit
In februari 2017 vindt er een interne audit plaats bij het bedrijf. De uitkomsten blijken reden tot zorg. Op 20 april is er een gesprek tussen de werknemer, een gemachtigde van het bedrijf en de ceo van het overkoepelende bedrijf. De managing director ligt onder vuur. Hij zou over de periode 2008 tot en met 2016 de financiële verslaglegging hebben gemanipuleerd.

Verschil van inzicht
De managing director wordt op non-actief gesteld en meldt zich ziek. Terwijl de bedrijfsarts zich bezighoudt met een probleemanalyse en een plan van aanpak, draaien op de achtergrond de molens om een einde te maken aan het dienstverband van de managing director. Op 23 juni wordt het personeel geïnformeerd dat hun managing director wegens een ‘verschil van inzicht over hoe het bedrijf zich moet ontwikkelen’ de organisatie zal verlaten.

Lijken in de kast
In augustus verzoekt de werkgever de rechtbank om de arbeidsovereenkomst met de managing director te ontbinden. In oktober trekt de werkgever dit verzoek in en gaat over tot ontslag op staande voet van de medewerker. Uit nader onderzoek is gebleken dat er nogal wat lijken in de kast zaten.

Ontslag op staande voet
De werkgever is het onderzoek gestart naar aanleiding van bonnen die te voorschijn kwamen bij het opruimen van het bureau van de managing director. De uitkomsten zijn volgens de werkgever zo ernstig dat zij ontslag op staande voet rechtvaardigen. Onder leiding van de managing director blijkt dat er tegen klanten die hun onderhoudscontract wilden opzeggen is gelogen om ze langer aan het bedrijf te binden. Er zijn contante betalingen gedaan aan monteurs zonder dat daarover premies en belastingen zijn ingehouden. De managing director heeft etentjes gedeclareerd waarbij collega’s aanwezig zouden zijn, terwijl zij er helemaal niet bij waren. Ook heeft hij allerlei televisiezenders gedeclareerd terwijl hij alleen zijn telefoon en internetverbinding mocht declareren. Onder zijn leiding werd er ‘gefactureerd in klantperceptie’ wat inhoudt dat er meer kosten in rekening werden gebracht dan er daadwerkelijk zijn gemaakt.

Ontslag vernietigen
De werknemer vraagt de kantonrechter het ontslag te vernietigen en de werkgever te verplichten zijn loon door te betalen. Ook wil hij – zodra hij is hersteld van zijn arbeidsongeschiktheid – weer worden toegelaten tot zijn werkzaamheden.

Transitievergoeding
Mocht de kantonrechter besluiten dat de arbeidsverhoudingen zo zijn verstoord dat het niet mogelijk is om het dienstverband te laten voortduren, dan wil de werknemer geld zien. Hij vraagt een transitievergoeding van € 106.728,60 bruto, een vergoeding voor onregelmatige opzegging van  € 62.259,26, een contractuele bonus van € 17.000, een billijke vergoeding van € 600.000 bruto, en ten slotte een vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 25.000.

Ernstig verwijtbaar handelen
De werkgever doet een tegenverzoek. Mocht de kantonrechter het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig achten, dan wil de werkgever toch zo snel mogelijk van deze werknemer af. De werkgever vraagt daarom om zo spoedig mogelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen (e-grond) en een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond).

Perceptie van de klant
De werknemer betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen. Hij heeft zijn medewerkers de vrije hand gegeven in het afhandelen van opzeggingen, mits zij zich houden aan het motto ‘de klant is koning’. Het ‘factureren in de perceptie van de klant’ zou ook onder andere directeuren gemeengoed zijn geweest. Bovendien vond een en ander plaats onder zware druk van de werkgever die een zo hoog mogelijke omzet eiste.

Ontslag onverwijld gegeven
Hij vindt bovendien dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. De kantonrechter is het daar niet mee eens. Weliswaar zit er geruime tijd tussen het moment dat de medewerker op non-actief is gesteld en het ontslag op staande voet, maar dat komt doordat er nader onderzoek is gedaan. De kantonrechter vindt het logisch dat de werkgever pas na afronding van dat onderzoek is overgegaan tot ontslag op staande voet.

Klant is koning
De kantonrechter vindt verder dat de managing director verantwoordelijk is voor het feit dat er te veel uren in rekening zijn gebracht en voor het onder valse voorwendselen vasthouden van klanten die hun onderhoudscontract willen opzeggen. Hij is de eindverantwoordelijke, ook wanneer zijn medewerkers de vrije hand hadden. Het ‘klant is koning’- principe is daarbij behoorlijk geweld aangedaan.

Voorbeeldfunctie managing director
Dat de managing director valse declaraties heeft ingediend, acht de kantonrechter niet bewezen. Maar hij is er op zijn zachts gezegd slordig mee omgesprongen. Juist van een managing director mag meer worden verwacht. Alleen de contante uitbetalingen aan de monteurs zijn volgens de kantonrechter niet op het conto van de managing director te schrijven. Hij heeft een einde gemaakt aan deze praktijken.

Dringende reden voor ontslag
Alles bij elkaar is er naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Omdat de grond van het ontslag is gelegen in ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, heeft hij geen recht op een transitievergoeding. De gevorderde billijke vergoeding, de vergoeding van immateriële schade en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging worden afgewezen, nu het ontslag op staande voet als rechtsgeldig wordt beoordeeld. De werknemer moet de proceskosten van zijn werkgever vergoeden.

ECLI:NL:RBLIM:2018:582

Publicatiedatum 31/01/2018
Is verwijtbaar handelen erg genoeg voor ontslag op staande voet?

Volg ons op social media