Kanker en Arbeid: werken als norm

Terug

Kanker tijdens werkjaren
Kanker is tegenwoordig minder een reden om te stoppen met werken. Door de vroege opsporing en de goede behandelmethoden is kanker van een dodelijke ziekte in een chronische aandoening veranderd.

Werk gerelateerde kanker komt minder vaak voor dan vroeger. Bedrijven weren in toenemende mate kankerverwekkende stoffen uit het productieproces. Veiligheidsmaatregelen zijn verbeterd en worden beter opgevolgd door werknemers. Naar nieuwe risico’s, zoals elektromagnetische straling (mobiele telefoons) en Nano deeltjes wordt steeds meer onderzoek gedaan.

Waar een werknemer met kanker voor 2002 (WvP) relatief eenvoudig in de WAO terecht kwam, is het anno nu een uitzondering wanneer een werknemer een volledige WIA uitkering toegewezen krijgt en niet meer naar het werk hoeft. Door het UWV worden jaarlijks ongeveer 45.000 WIA aanvragen behandeld, waarvan 4.500 door werknemers met kanker. Van deze aanvragen worden er ongeveer 3.000 toegekend, waarvan 75% WGA uitkeringen waarbij een werknemer nog gedeeltelijk werkt (30%) of waarbij verwacht wordt dat deze op termijn weer aan het arbeidsproces kan deelnemen (45%). De resterende 25% betreffen IVA uitkeringen, waarbij het patiënten met een zeer slechte prognose betreft die het werk niet meer zullen hervatten.

Wanneer werkhervatting vanwege kanker niet meer mogelijk is, kunnen andere vormen van participatie een belangrijke rol vervullen bij de daginvulling van patiënten. Hierbij kan gedacht worden aan het volgen van een opleiding, zorgtaken uitvoeren, vrijwilligerswerk, hobby’s beoefenen en het onderhouden van sociale contacten. Participatie is belangrijk voor de eigenwaarde van patienten en het kan bij patiënten met 80 tot 100% WGA uitkering zelfs helpen bij terugkeer in het arbeidsproces.

Bedrijfsartsen worden vaak te laat ingeschakeld door werkgevers, met name omdat bij veel leidinggevenden de gedachte leeft dat kankerpatiënten vooral met rust gelaten moeten worden. De bedrijfsarts wordt veelal pas ingeschakeld als de behandeling is afgerond. Bij veel werkgevers hebben de medewerkers niet direct toegang tot de bedrijfsarts, maar via een (interne) casemanager of telefonisch loket. Dit is voor veel patiënten aan het begin van een behandeling een stap te ver.

Zowel uit wetenschappelijke literatuur als uit de door de Nederlandse Federatie voor Kankerpatiënten (NFK) verzamelde patiënten ervaringen blijkt dat steun vanaf de werkvloer de belangrijkste voorwaarde is voor een succesvolle re-integratie.

Veel kankerpatiënten houden restverschijnselen over aan hun behandeling, zoals vermoeidheid, concentratie- of geheugenproblemen. Meestal trekken veel van deze klachten na verloop van tijd weer weg. Voor veel kankerpatiënten die na hun behandeling terugkeren op het werk is de eerste dag doodeng. ‘Weet iedereen al wat voor ziekte ik gehad heb?’ Ook collega’s kunnen zich er ongemakkelijk door voelen. ‘Ze ziet er zo kwetsbaar uit, wat moet ik tegen haar zeggen?’ Mag ik al werkafspraken met hem maken of moet ik hem met fluwelen handschoenen aanpakken?’

Wanneer werknemers na kanker hun werk hervatten, lopen ze vaak tegen problemen op de werkvloer aan. In een onderzoek (2009) werd door patiënten in dit kader voornamelijk het contact met collega’s en leidinggevenden genoemd. Vaak werd er door collega’s en leidinggevende begrip getoond, maar werd de juiste werkaanpassing niet aangeboden.

Patiënten vonden eveneens dat een werkgever zou moeten meedenken over onder andere het regelen van voorzieningen (zoals een apart toilet in geval van bijvoorbeeld een stoma, het aanpassen van werkzaamheden, het serieus nemen van de werknemer (niet te ‘dom’ vervangend werk), flexibele werktijden in verband met vermoeidheid, het inbouwen van zekerheid (overname werk door collega bij afwezigheid) en het beschermen of afremmen bij het oppakken van teveel werk.

Begeleiding bij werkhervatting
Bedrijfsartsen hebben een zeer belangrijke rol bij het begeleiden van werknemers naar en op het werk. Bij de begeleiding van (ex) kankerpatiënten naar werkhervatting liggen vaak twee problemen op de loer: het gaat te snel of het gaat helemaal niet. Mensen met kanker willen niets liever dan dat alles weer zoals voorheen is. Want als de diagnose kanker gesteld is, staat je leven op zijn kop en voel je je gedurende een paar maanden volledig overgeleverd aan de medische zorg. Het is dus logisch dat je zo snel mogelijk de draad van je oude leven wilt oppakken. Vaak gaat dit goed, maar dat geldt zeker niet voor iedereen.
Veel patiënten ondervinden klachten, zoals vermoeidheid, pijn en slaapproblemen. Daarnaast spelen ook psychische problemen een rol zoals concentratie- en geheugenproblemen, angst en depressie. Ze hebben veelal behoefte aan empowerment, waarin controle over het eigen leven centraal staat. Belangrijke strategieën om dit te bereiken zijn het vergroten van kennis (zoals psycho-educatie), het aanleren van vaardigheden (coping strategieën) en het stimuleren van zelfstandige besluitvorming.


Vaak wordt psychosociale begeleiding vanuit een behandelcentrum aan patiënten aangeboden. De bedrijfsarts kan hierin een ondersteunende rol hebben, maar in de praktijk blijkt deze rol nog onderschat en onderbenut. In Nederland zijn er enkele oncologische behandelcentra waar patiënten naar een bedrijfsartsconsulent kunnen worden verwezen. Patiënten kunnen hier hun vragen voorleggen en ondersteuning bij begeleiding naar werk krijgen.

Publicatiedatum 19/11/2015

Volg ons op social media