Leidt lager re-integratieloon tot een lagere transitievergoeding? (bron: mr. M. Middeldorp)

Terug

Medewerkers die lang ziek zijn geweest, worden vaak ontslagen. Meestal loopt zo’n ontslag via het UWV en wordt op de zogeheten b-grond (lees: langdurige arbeidsongeschiktheid) na twee jaar ziekte een ontslagvergunning aangevraagd. Maar soms ook is sprake van een procedure bij de kantonrechter (op een andere dan de b-grond) of komen partijen een beëindigingsregeling overeen. Uitgangspunt is in alle gevallen dat een transitievergoeding moet worden betaald. Maar hoe moet die worden berekend na een lange periode van ziekte?

In veel arbeidsovereenkomsten en CAO’s staat dat een medewerker gedurende het eerste ziektejaar recht heeft op 100% van het loon (het loon dat hoort bij zijn eigen “bedongen”arbeid). Na één jaar daalt dat inkomen veelal naar 70%. Welk inkomen is dan bepalend, als na afloop van het tweede jaar naar ontslag wordt gestreefd?

Of: een medewerker is ongeschikt voor zijn eigen werk, maar kan wel passend werk doen bij de werkgever en gaat dat ook doen. Bij dat passende werk hoort een lager loon. Stel dat deze samenwerking mislukt en er wordt gestreefd naar beëindiging van de arbeidsrelatie: welk loon is dan maatgevend: het oude loon of het loon dat hoort bij de passende arbeid?

De kantonrechter in Roermond heeft geoordeeld dat in situaties als deze het oude loon, dus het loon voordat de medewerker ziek werd, maatgevend is.

In een uitspraak van 13 september 2017 (ECLI:NL:RBLIM:2017:8895) verwijst de kantonrechter naar het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. In artikel 2 lid 2 wordt loon gedefinieerd als “het bruto loon vermenigvuldigd met de overeengekomen arbeidsduur per maand”. De kantonrechter meent dat het afgesproken loon daarom bepalend is. En dat betekent ook dat, zoals in het geval waarover de kantonrechter had te oordelen, indien de loonbetaling tijdens ziekte is aangepast aan de passende arbeid die de medewerker is gaan verrichten, dat niet het overeengekomen loon is en dat dit dus niet bepalend is voor de berekening van de transitievergoeding. De kantonrechter acht van belang dat die passende arbeid niet de bedongen arbeid is geworden. Zou dat anders zijn geweest, dan was dat nieuwe loon wel bepalend geweest.

En wanneer wordt passende arbeid dan bedongen arbeid?

Op het moment dat partijen expliciet afspreken dat er niet meer gestreefd wordt naar een terugkeer in de oude functie. Dan komen de nieuwe afgesproken werkzaamheden met de bijbehorende vergoeding vast te staan. Het nadeel van een dergelijke afspraak is echter voor de werkgever, dat bij hernieuwde uitval, ook weer opnieuw een periode van twee jaar gaat lopen waarin de werkgever het (dan aangepaste) loon moet doorbetalen.

Daarom willen veel werkgevers niet snel van passende naar bedongen arbeid overstappen en zullen zij blijven benadrukken dat de passende arbeid niet blijvend bedoeld is, maar re-integratiewerk is. Uit deze uit-spraak van de kantonrechter kan worden afgeleid dat dan, als uiteindelijk toch een beëindiging van de relatie aan de orde is, ook het oude loon maatgevend is en niet het loon dat hoort bij die passende arbeid.

Publicatiedatum 25/09/2017
Leidt lager re-integratieloon tot een lagere transitievergoeding? (bron: mr. M. Middeldorp)

Volg ons op social media