Niet in dienst bij payrollbedrijf, maar arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij eerste werkgever

Terug

Op 28 oktober 2015 wees het Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2015:8120) een arrest waarin werd vastgesteld dat een werknemer niet (voor bepaalde tijd) in dienst was gekomen van een payrollbedrijf, maar dat hij een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd bij zijn 'feitelijke' werkgever.

Recentelijk lijken er meer en meer uitspraken te zijn waarbij rechters door de constructie met een payrollbedrijf 'heenkijken' en van oordeel zijn dat de opdrachtgever van het payrollbedrijf feitelijk (en soms ook: juridisch) de werkgever is. De redeneringen die rechters hierbij volgen zijn wel verschillend.

In bovenstaande zaak oordeelde het hof dat werknemer nooit in dienst was gekomen van het payrollbedrijf. In deze zaak had de ongeveer 21-jarig werknemer tot tweemaal toe een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd afgesloten met de werkgever zelf. Daarna volgde een derde arbeidsovereenkomst met een andere vennootschap, welke werd gezien als rechtsopvolger van de werkgever. In totaal was dus sprake van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, te weten steeds drie maanden. Het totale dienstverband duurde dus negen maanden. Toen de laatste arbeidsovereenkomst bijna eindigde, liet de werkgever weten dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd.

Wat daarna precies gebeurde blijft onduidelijk, hierover hebben de werkgever en werknemer een uiteenlopende versie van de feiten. In ieder geval staat wel vast dat de werknemer ook na het aflopen van de laatste arbeidsovereenkomst nog ongeveer twee weken werkzaamheden is blijven verrichten (op dezelfde werkplek) bij werkgever en dat hij daarbij een 'formulier' heeft ondertekend waarmee hij zich zou hebben 'ingeschreven' bij een payrollbedrijf. Het payrollbedrijf zou vanaf dat moment de salarisadministratie verzorgen en heeft ook daadwerkelijk het salaris over de maand april betaald.

Het payrollbedrijf stuurde de werknemer echter ook een arbeidsovereenkomst, met andere arbeidsvoorwaarden, met daarbij het verzoek om deze te ondertekenen. Dat weigerde de werknemer. Hij stelde dat hij zijn werkzaamheden wel wilde voortzetten, maar enkel op basis van zijn huidige arbeidsvoorwaarden. Dit leidde tot een conflict, op basis waarvan de werkgever en het payrollbedrijf meenden dat de werknemer ontslag had genomen. De werknemer gaf aan dat dat niet zo was en hij vorderde loon van zijn werkgever.

De kantonrechter gaf de werknemer in kort geding gelijk en veroordeelde de werkgever tot doorbetaling van salaris. De werkgever ging in beroep. Het hof oordeelde echter dat het enkele feite dat het payrollbedrijf eenmalig loon betaalde, niet betekende dat de werknemer met dit bedrijf een arbeidsverhouding was aangegaan. Het formulier dat de werknemer had getekend, was hierover niet duidelijk.

Het hof oordeelde dat wel vast stond dat de werknemer na afloop van de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nog werkzaamheden had verricht voor de werkgever en dat hiermee een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. Het hof bekrachtigde dus het vonnis van de kantonrechter, waardoor de werkgever alsnog salaris moet betalen over een aanzienlijke periode, die veel langer duurde dan het oorspronkelijke dienstverband.

Publicatiedatum 12/11/2015

Volg ons op social media