Ontslagvergunning maar nog geen opzegging?

Terug

Werknemer is als chauffeur in dienst van Zwaan Printmedia B.V en besluit na enige tijd dat de functie van werknemer komt te vervallen en vraagt een ontslagvergunning aan bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen.

B.K.S. Logistieke Dienstverlening B.V zal de transportactiviteiten van Zwaan overnemen. Werknemer kan bij B.K.S. in dienst treden. Het overdragen van de transport- en distributiewerkzaamheden door Zwaan aan B.K.S. is een overgang van onderneming volgens de advocaat van werknemer. B.K.S. laat Zwaan enige tijd later weten dat zij werknemer niet meer in dienst wil nemen.

Werknemer verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst tussen partijen wegens gewichtige redenen te ontbinden. Werknemer verwijt Zwaan onzorgvuldig met haar rechtspositie te zijn omgegaan omdat Zwaan werknemer er niet op heeft gewezen dat er sprake is van een overgang van onderneming. Volgens Zwaan heeft er geen overgang van onderneming plaatsgevonden in de zin van artikel 7:662 e.v. BW.

Volgens de kantonrechter zijn er geen bijzondere of speciale gronden nodig om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Hoewel Zwaan al een ontslagvergunning heeft aangevraagd, heeft zij de arbeidsovereenkomst met werknemer nog niet opgezegd.

De Van Hooff Elektra-leer (HR 11 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9069) is in dit geval dus niet van toepassing!

De kantonrechter ziet geen reden om de ontbinding te weigeren omdat het werknemer is die de ontbinding vraagt. Met betrekking tot de billijke vergoeding overweegt de kantonrechter het volgende.

De kantonrechter vindt dat er geen sprake is van een overgang van onderneming. Zwaan is geen transportonderneming maar een producent van reclame, verpakkings- en handelsdrukwerk en liet haar transportwerkzaamheden in het verleden ook al uitvoeren door B.K.S. Verder wordt er geen materiele activa overgedragen, personeel overgenomen of klantenkring overgedragen.

De ontbinding dient daarom niet voor rekening van Zwaan te komen op grond van artikel 7:665 BW. Werknemer heeft verder onvoldoende aannemelijke gemaakt dat de bedrijfseconomische redenen tot reorganisatie onjuist zijn of hem onvoldoende passende werkzaamheden zijn aangeboden. De kantonrechter kent een bescheiden vergoeding toe ter hoogte van drie maandsalarissen.

Publicatiedatum 10/06/2015

Volg ons op social media