Opzegging ‘met instemming van de werknemer’

Terug

Onder de WWZ is er een nieuwe vorm van beëindiging arbeidsovereenkomst bijgekomen: opzegging ‘met instemming van de werknemer’.
Dat wil zeggen dat, indien de werknemer schriftelijk instemt met de opzegging van de arbeidsovereenkomst, de werkgever deze, zonder vooraf toestemming van UWV, voortaan rechtsgeldig kan opzeggen.

Dat lijkt hetzelfde als het ontslag met wederzijds goedvinden, maar juridisch zijn het twee verschillende ontslagroutes. Bij een ontslag met wederzijds goedvinden is sprake van een tweezijdige rechtshandeling. Dat wil zeggen dat werkgever en werknemer elkaar nodig hebben om de overeenkomst te sluiten.

Bij een opzegging met instemming van de werknemer is er sprake van twee elkaar opvolgende eenzijdige rechtshandelingen; eerst de instemming met de opzegging en daarna de opzegging zelf.
Volgens de regering zal de opzegging met instemming van de werknemer niet gunstiger of ongunstiger zijn dan het ontslag met wederzijds goedvinden.

Maar, er zijn wel verschillen:

Voor opzegging met instemming van de werknemer is een redelijke ontslaggrond nodig (zie hieronder) én de werknemer heeft aanspraak op de transitievergoeding (bij een dienstverband van tenminste 24 maanden)


Voor ontslag met wederzijds goedvinden is geen redelijke ontslaggrond nodig én de werknemer heeft geen aanspraak op de transitievergoeding.

Maar ik denk dat een werknemer niet akkoord zal gaan met deze ontslagroute als hem niet een (redelijke) ontslagvergoeding/ transitievergoeding wordt aangeboden.

Publicatiedatum 19/08/2015

Volg ons op social media