Rechter maakt rekenfout bij toekenning ontslagvergoeding: wat nu?

Terug

Nadat een huishoudster zonder dringende reden zomaar aan de kant is gezet door haar werkgever, verzoekt zij in een ontbindingsprocedure een ontslagvergoeding. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsverhouding dusdanig is verstoord dat een verdere vruchtbare samenwerking niet meer reëel is. De arbeidsovereenkomst wordt door de rechter beëindigd op grond van gewichtige reden.

In de ontbindingsbeschikking oordeelt de rechter dat de verstoring van de arbeidsverhouding geheel aan werkgever te wijten is. Een correctiefactor hoger dan 1 ligt in de lijn der verwachtingen. Des te opmerkelijker was dan ook de toegewezen vergoeding van slechts € 7.500 bruto. Deze vergoeding was zelfs lager dan de werkneemster op basis van een neutrale vergoeding zou toekomen. Immers, het bruto salaris van de werkneemster was € 3.100 bruto per maand. Gezien de arbeidsduur komt een neutrale vergoeding al uit op € 10.044 bruto.

De advocaat van werkneemster verzoekt de rechter vervolgens bij brief om een herstelbeschikking omdat naar zijn mening een kennelijke (reken)fout in de beschikking was gesloten. In de wet is bepaald dat een rechter een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent te allen tijde mag verbeteren. De kantonrechter meent dat er inderdaad sprake is van een kennelijke fout en gaat over tot verbetering. Aan de werkneemster wordt alsnog een vergoeding van € 20.088 bruto toegekend, hetgeen neerkomt op een C=2. De werkgever gaat tegen de herstelbeschikking in hoger beroep omdat er volgens hem geen sprake is van een kennelijke fout.

Het Hof overweegt dat volgens de jurisprudentie een vonnis kan worden herstel als partijen niet anders konden aannemen dan dat de eindbeslissing uitsluitend het gevolg was van een evidente vergissing. Dit doet zich in casu voor. Immers, uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling blijkt dat de rechter op de zitting had aangegeven dat in ieder geval C=2 zal worden toegewezen. Uit de tekst van de ontbindingsbeschikking moet voor partijen in het licht van de mededeling van de rechter ter zitting volstrekt duidelijk zijn geweest dat de hoogte van de toegekende vergoeding niet klopte. Daar komt nog bij dat ook de motivering van de rechter (dat de verstoorde arbeidsverhouding aan de werkgever te wijten viel) niet strookt met de hoogte van de vergoeding (welke lager was dan een neutrale vergoeding)

Publicatiedatum 12/08/2015

Volg ons op social media