Risico's contract met uitzicht op vast

Terug

Een werkgever die in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd toezegt dat deze bij goed functioneren voor onbepaalde tijd wordt voortgezet, neemt een zeker risico. Het Gerechtshof in Den Bosch had te oordelen over zo een geval. De werkgever kwam er niet goed van af. De Hoge Raad liet onlangs het oordeel van het Gerechtshof in stand.

Feiten
In een jaarcontract was vermeld dat deze bij goed functioneren voor onbepaalde tijd zou worden voortgezet. Partijen verklaarden vrijwillig een CAO van toepassing, waarin werd voorgeschreven dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd schriftelijk moet worden overeengekomen. Na het verstrijken van het jaarcontract, zette werknemer zijn werkzaamheden voort. Daarbij werd niets schriftelijk vastgelegd. Na ongeveer 11 maanden werd werknemer ziek. Werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst aan het einde van het tweede jaar van rechtswege was geëindigd.

Oordeel Gerechtshof
Het Gerechtshof oordeelde ten eerste dat door de combinatie van de afspraak ‘uitzicht op vast’ en het feitelijk voortzetten van de werkzaamheden, het vermoeden bestaat dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Het is aan de werkgever om dit vermoeden te weerleggen, door aan te tonen dat werknemer heeft ingestemd met een tijdelijke voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Onduidelijkheden komen voor risico van de werkgever. Deze werkgever kon het benodigde bewijs niet leveren.

Ten tweede was het Gerechtshof van mening dat op grond van de CAO die door partijen van toepassing was verklaard, een tijdelijke voortzetting schriftelijk had moeten worden vastgelegd. Nu niet aan dat schriftelijkheidsvereiste was voldaan, ging het Gerechtshof er van uit dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was voortgezet.

Conclusie
Er waren dus twee zelfstandige redenen op grond waarvan het Gerechtshof aannam dat inmiddels een vast contract was ontstaan. De zieke werknemer was nog steeds in dienst en had recht op loondoorbetaling bij ziekte. De werkgever had deze situatie kunnen vermijden door bij aanvang geen ‘uitzicht op vast’ toe te zeggen en ten tijde van de voortzetting alert te zijn op een goede vastlegging van de afspraken.

ECLI:NL:GHSHE:2015:932

Publicatiedatum 20/11/2016

Volg ons op social media