Schadevergoeding na te lange schorsing!!

Terug

Tegen een conciërge op een school waren klachten ingediend wegens ongepast gedrag.Na een gesprek was de werknemer naar huis gestuurd in afwachting van een onderzoek. Daarbij was hem uitdrukkelijk verzocht om geen contact te hebben met de leerlingen of hun familie en over de klachten met niemand binnen de onderwijsgroep te spreken.

Tussen partijen is er vervolgens tevergeefs onderhandeld over een vertrekregeling. Daarop liet de stichting weten dat een procedure tot opzegging van het dienstverband gestart wordt en dat de werkgever tijdens de opzeggingsprocedure vrijgesteld blijft van het verrichten van werk. Daarna werd hij overgeplaatst naar een andere locatie.

Tegen de besluiten tot schorsing en overplaatsing werd beroep ingesteld bij de Centrale Commissie van Beroep voor het Katholiek Voortgezet Onderwijs. Het beroep tegen de overplaatsing werd niet ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen de schorsing werd gegrond verklaard, onder meer omdat de klacht achteraf door de leerlingen werd ingetrokken.

De kantonrechter overwoog dat de Stichting zich niet als goed werkgever had gedragen door bij zo’n ernstige beschuldiging niet zorgvuldig en voortvarend genoeg op te treden. De school had ‘zo snel mogelijk moeten vaststellen in hoeverre de beschuldigingen gegrond waren en passende maatregelen moeten nemen’.

De Stichting heeft pas bijna vier maanden nadat klachten waren ontvangen, vastgesteld dat er geen seksueel grensoverschrijdend gedrag en/of ongewenste intimiteiten hadden plaatsgevonden. Vervolgens heeft de Stichting de schorsing van werknemer te lang gehandhaafd.
De Stichting moest een brief sturen aan alle betrokkenen om de conciërge te rehabiliteren.

De kosten van rechtsbijstand zijn toegewezen tot € 10.000,- (netto). Aan immateriële (schade aantasting in zijn eer of goede naam) werd € 3.000,- toegekend.

Publicatiedatum 27/05/2015

Volg ons op social media