Schuldbekentenis diefstal waardeloos, maar werkneemster moet betalen

Terug

Een 16-jarige verkoopster bij een warenhuis wordt door haar werkgever in een onverwacht gesprek geconfronteerd met de diefstallen die ze zou hebben gepleegd. Bij het gesprek zijn een bedrijfsrechercheur en haar leidinggevende aanwezig. Het meisje bekent dat ze regelmatig tassen vol kleding heeft meegegeven aan kennissen. Er komt een schadebedrag uit van 11.750 euro. De werkneemster tekent een officiële schuldbekentenis voor het bedrag. En ze gaat akkoord met inhoudingen op haar salaris.Het meisje wordt door de kinderrechter veroordeeld voor verduistering. Ondertussen schrijft een incassobureau haar aan maar daar reageert ze niet op. Bij de rechter De werkgever stapt naar de rechter om een verklaring voor recht te vragen dat de inmiddels ex-werkneemster aansprakelijk is voor de schade die het bedrijf heeft geleden door de diefstallen. Het oordeel De rechter kent die vordering toe en veroordeelt de werkneemster tot het betalen van de schade. Maar de schuldbekentenis is geen dwingend bewijs, zegt de rechter. De werkgever had beter moeten nagaan of de werkneemster de schuldbekentenis wel echt wilde ondertekenen. De werkneemster wist niet dat er een gesprek zou plaatsvinden en ook niet waarover. Daardoor ging een minderjarige onvoorbereid in gesprek met een werkgever – die in het algemeen al een overwichtspositie heeft ten opzichte van de werknemer – en met twee volwassenen die haar hiërarchische meerderen waren. De werkgever had in deze omstandigheden nooit mogen aandringen op ondertekening en kan de werkneemster daarom ook niet houden aan de schuldbekentenis. De werkgever had de werkneemster moeten inlichten over de verstrekkende gevolgen van de schuldbekentenis en haar de tijd moeten geven om erover na te denken en eventueel juridisch advies te vragen.
Publicatiedatum 03/12/2013

Volg ons op social media