Stamrecht: de regels op een rij

Terug

1: Overeenkomst Vóór 1 januari 2014 moet een stamrechtovereenkomst getekend zijn. Uit de overeenkomst moet duidelijk blijken dat de werkgever aan zijn werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, of een aanspraak op periodieke uitkeringen die ingaan bij het overlijden van de werknemer en toekomen aan zijn echtgenoot of kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt. De periodieke uitkeringen mogen niet later ingaan dan in het jaar waarin de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dit is conform de wettelijke regeling voor de stamrechtvrijstelling. 2: Bij wet aangewezen aanbieder Uit de overeenkomst dient tevens te blijken dat het bedrag ter financiering van de aanspraak bij een in de wet aangewezen aanbieder wordt ondergebracht. 3: Ontslagdatum Op 31 december 2013 dient de ontslagdatum vast te staan. Dit betekent niet dat de ontslagdatum in 2013 gelegen dient te zijn. Het ontslag moet wel aangezegd zijn vóór 1 januari 2014 en binnen een korte termijn uitgevoerd worden. Van een korte termijn is volgens Weekers in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn, met een maximum van 6 maanden, dus tot uiterlijk 30 juni 2014. Aanmelding van een sociaal plan bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is niet van belang voor de afbakening, omdat een stamrechtaanspraak ook buiten een sociaal plan toegezegd kan worden. 80%-regeling Om nog gebruik te kunnen maken van de 80%-regeling in 2014 geldt dat het bedrag ter financiering van het stamrechtaanspraak vóór 15 november 2013 door de werkgever moet zijn overgemaakt. Deze regeling houdt in dat 80% van de uitkering in box 1 wordt belast, het resterende deel is belastingvrij. De na 15 november vastgelegde stamrechtaanspraken komen niet meer in aanmerking voor de 80%-regeling.
Publicatiedatum 13/11/2013

Volg ons op social media