Terug naar oude werkgever na

Terug

Een bedrijf besteedde een aantal jaar geleden één van haar activiteiten uit aan een andere onderneming. Conform de wet gingen de werknemers die werkzaam waren in de overgedragen activiteit mee over naar de overnemende partij.
Er lijkt echter geen sprake van helemaal zuivere koffie.

De nieuwe werkgever zegt namelijk al relatief snel de overeenkomst waarbij de activiteiten aan haar waren uitbesteed weer op, staakt dan alle activiteiten en vraagt een ontslagvergunning aan voor de werknemers. Die wordt geweigerd omdat het UWV om allerlei redenen tot de conclusie komt dat er eigenlijk helemaal geen sprake was van een echte overgang van onderneming, maar van een "opzetje" met een zo goed als lege BV. Vervolgens gaat deze BV, de nieuwe werkgever dus, failliet. De curator volgt de mening van het UWV en stelt dat de betreffende werknemers nooit bij de failliet in dienst zijn getreden.

Een van de werknemers start een procedure tegen zijn oude werkgever, én tegen de overnemende partij én tegen de bestuurders van dit bedrijf. In totaal zijn er maar liefst 9 gedaagden. Primair vindt hij dat hij eigenlijk al die tijd in dienst is gebleven van zijn oude werkgever, en als dat niet het geval zou zijn, dan zijn alle 9 bij de deal betrokken partijen verantwoordelijk voor zijn salaris. Ook claimt hij schadevergoeding.
Dat leidt tot een als gevolg van de anonimisering vrijwel onleesbare uitspraak van de rechtbank in Utrecht.

Er blijkt naast de overeenkomst waarbij de activiteiten zijn uitbesteed een geheime side-letter te bestaan, en er blijken allerlei verbanden tussen de oude werkgever en de nieuwe, althans dier bestuurders. De kantonrechter stelt vast dat het er inderdaad alle schijn van heeft dat de (inmiddels failliete) vennootschap niet werkelijk de beoogde overnemer was van de activiteiten, maar "gedaagde sub 5", één van de bestuurders. De oorspronkelijke werkgever betaalde de vennootschap maandelijks een bedrag waarvan de vennootschap de lonen kon betalen.

Om het allemaal nog wat onfrisser te maken was de werknemer in de betreffende periode arbeidsongeschikt, (mede) in verband met ziekte en overlijden van zijn echtgenote en de zorg voor een jong kind. Dat hij verdenkingen koesterde met betrekking tot het eigenlijke doel van de "overgang van onderneming" kan dus wel begrepen worden.

De kantonrechter komt temidden van die veelheid van verdachte omstandigheden vrij gemakkelijk tot de kern van de zaak: door het uitbesteden is de werknemer in dienst van de vennootschap gekomen, en toen deze enkele maanden later de uitbesteding weer beeindigde, is de arbeidsovereenkomst even zo eenvoudig weer over gegaan naar de oorspronkelijke werkgever. Immers, er was geen sprake van een definitieve overdracht van een deel van de onderneming, maar van een opzegbare uitbesteding.

De activiteiten gingen daarmee héén en terug, en de werknemers eveneens. De oude werkgever mag dus het loon weer gaan betalen. Vanaf oktober 2014. Voor de goede orde: de beslissing dateert van augustus 2017. Over het inmiddels achterstallige loon wordt een verhoging van 50% toegekend.

Voor de aansprakelijkheid van de diverse gedaagden voor (overige) door de werkner geleden schade houdt de rechter de zaak nog even aan. Hij wil nadere informatie over de geleden schade. De overige "medeplichtigen" gaan dus niet per definitie vrijuit.

Moraal van dit verhaal?

Wanneer je activiteiten wilt overdragen, mét de daarbij betrokken werknemers, doe dat dan niet door middel van een door de overnemende partij opzegbare overeenkomst. Overgang van onderneming werkt namelijk beide kanten op.

Publicatiedatum 01/09/2017
Terug naar oude werkgever na

Volg ons op social media