Voorlopige hechtenis: reden voor ontslag?

Terug

De werkgever ontslaat de werkneemster die in voorlopige hechtenis zit op staande voet omdat ze zonder geldige reden en zonder een bericht niet op haar werk is verschenen. Verder noemt de werkgever dat de criminele activiteiten die zij zou hebben gepleegd niet sporen met de verantwoordelijke functie die de werkneemster draagt.

Daarop stapt de werkneemster naar de kantonrechter. Ze eist dat ze weer wordt toegelaten tot de werkzaamheden en dat het ontslag op staande voet wordt vernietigd. Verder eist ze loondoorbetaling. De werkgever verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden zonder transitievergoeding.

Voorlopige hechtenis is nog geen veroordeling

Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven. In een situatie van een voorlopige hechtenis en er nog geen veroordeling heeft plaatsgevonden. is een dergelijk middel te zwaar. Een verdenking kan op basis van de wet geen objectief dringende reden zijn.

Bovendien heeft de werkneemster via contactpersonen de werkgever op de hoogte gebracht van haar hechtenis. Daarmee ontkracht de werkneemster de argumenten van de werkgever die meldde dat zij zonder bericht niet op haar werk was verschenen.

Hechtenis van beperkte duur

Omdat ontslag op staande voet faalt, probeert de werkgever op basis van enkele ontslaggronden (BW 7:669) het contract te laten ontbinden. Ook hier vangt de werkgever bot. Voorlopige hechtenis wordt niet gelijk gesteld met detentie. De hechtenis is van een beperkte duur. Ondanks dat het voor de werkgever tot problemen in de bedrijfsvoering zou leiden, is de kantonrechter van oordeel dat het bij een (langdurige) ziekmelding niet anders zou zijn wat betreft vervanging.

Herstel relatie mogelijk

Dan gooit de werkgever het op de g-grond van het BW en vindt dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding waarin het vertrouwen volledig is verdwenen. De kantonrechter gaat daar niet in mee. Er is geen verband tussen de aard van het strafbare feit en de aard van haar werkzaamheden. Het vermeende strafbare feit heeft niet op het werk plaatsgevonden en de werkgever heeft ook geen klanten verloren door deze zaak. Herstel van de relatie moet mogelijk worden geacht naar mening van de kantonrechter.

De verzoeken van de werkneemster worden toegewezen. Voordat de werkzaamheden van de medewerkster aanvangen, is een goed gesprek tussen de partijen van belang waarbij het uitgangspunt is dat de medewerkster in dienst blijft.


ECLI:NL:RBZWB:2016:5505

Publicatiedatum 11/10/2016

Volg ons op social media