Voorwaardelijk ontbindingsverzoek vanwege AOW-gerechtigde leeftijd afgewezen

Terug

Werknemer is voor onbepaalde tijd in dienst en gaat akkoord met een arbeidsvoorwaardenprotocol waarin een pensioenbeding is opgenomen die inhoudt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege eindigt op de eerste dag van de maand waarin werknemer de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

In 2012 past werkgever het protocol arbeidsvoorwaarden aan, waarna het pensioenbeding luidt na de wijziging: “De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, zonder dat hiertoe enige opzegging is vereist, op de dag waarop de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt”. De AOW-leeftijd van werknemer is 65 jaar en 3 maanden.

Werkgever verzoekt in deze procedure voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor zover de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet van rechtswege eindigt.

Werkgever stelt zich op het standpunt dat het pensioenbeding, inhoudende dat de arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, tussen partijen van toepassing is omdat werknemer in 2003 akkoord is gegaan met het arbeidsvoorwaardenprotocol.

De kantonrechter wijst wel het voorwaardelijk ontbindingsverzoek af. De kantonrechter stelt voorop dat het ontbindingsverzoek is gebaseerd op de aanname dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van werknemer nog steeds bestaat. Of de arbeidsovereenkomst nog steeds bestaat, kan alleen in een bodemprocedure worden vastgesteld.

De ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan dus niet gelegen zijn in de omstandigheid dat werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd zal bereiken. Het toewijzen van het ontbindingsverzoek op die grond zou een bodemprocedure ingesteld door werknemer illusoir (lees: misleidend) maken

Publicatiedatum 05/06/2015

Volg ons op social media