Wegpesten werknemer leidt tot zeer hoge billijke vergoeding.

Terug

In aanvulling op de wettelijke transitievergoeding kan tegenwoordig nog enkel een 'billijke vergoeding' worden toegekend door kantonrechters. Tot nu toe bleken kantonrechters hierin zeer terughoudend. Als de billijke vergoeding al werd toegekend, dan was de hoogte hiervan relatief beperkt ten opzichte van de transitievergoeding.

De rechtbank Rotterdam heeft op 16 oktober 2015 echter een uitspraak gedaan waar de billijke vergoeding een veelvoud vormde van de transitievergoeding.

De zaak betrof een notariskantoor (een maatschap met twee maten) alwaar de werkneemster (63 jaar oud) al sinds 1 november 1993 in dienst was als notarieel medewerkster. Haar salaris was laatstelijk € 1.605,93 bruto per maand. Vanaf het moment dat de werkneemster gedeeltelijk arbeidsongeschikt werd (15 juni 2015) is de werkgever zich onbehoorlijk gaan gedragen naar de werkneemster. Zo zou de werkgever onacceptabel taalgebruik hanteren, vloeken, schelden, tieren (met uitlatingen als 'ik treiter jou er wel uit') en zelfs dossiers voor de voeten van de werkneemster gegooid hebben. Voorts zou de ene maat in het bijzijn van collega's hebben gezegd 'ik moet nog 3 jaar met dat mens', waarna de andere maat zou hebben aangegeven dat het nog maar 2,5 jaar was.

De bedrijfsarts adviseerde mediation, maar daar ging de werkgever niet in mee.

Een en andere leidde ertoe dat de werkneemster besloot de kantonrechter te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van de transitievergoeding van € 16.184 bruto en een additionele billijke vergoeding.

De werkgever gaf aan zich niet in het verhaal van de werkneemster te herkennen, maar een van de maten gaf opvallend genoeg zelf dat hij als gevolg van zijn Grieks bloed met bijbehorend 'zuidelijk karakter' wel eens uit de slof schoot en emoties sneller uitte dan in Alblasserwaard gebruikelijk was. De opmerking over 'ik moet nog 3 jaar met dat mens' en de reactie daarop van de andere maat werd ter zitting niet betwist.

De kantonrechter besloot om de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkneemster te ontbinden. Ten aanzien van de billijke vergoeding overwoog de kantonrechter dat er sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.

Gelet op het feit dat werkneemster was al 22 jaar in dienst was, er nooit kritiek was geweest op haar functioneren, zij beledigend was bejegend en een ontslag grote financiële gevolgen voor haar zou hebben, oordeelde de kantonrechter dat een billijke vergoeding van € 50.000 bruto op zijn plaats was.

Zij kon immers niet tot haar pensioen blijven werken, waardoor zij naast loon ook pensioengelden misliep. De kans dat zij een nieuwe baan zou vinden achtte de kantonrechter niet aannemelijk. Bij de vergoeding zocht de kantonrechter daarom grotendeels aansluiting bij het door werkneemster berekende verlies aan inkomen (€ 27.889,27) en pensioengelden (€ 47.516,23).

De werkneemster kwam in totaal dus een bedrag van € 66.184 bruto.
Deze uitspraak laat zien dat een eenduidige lijn in de rechtspraak nog ontbreekt, maar tegelijkertijd blijkt wel dat een billijke vergoeding nog wel zeer substantieel kan zijn.

Publicatiedatum 12/11/2015

Volg ons op social media