Werkgever discrimineert man door zijn proefplaatsing (mede) vanwege psoriasis te beëindigen

Terug

Werknemer heeft psoriasis, een chronische auto-immuunziekte waarvan een symptoom is het afschilferen van de opperhuid. Hij ontving in mei 2014 een ww-uitkering. Op 14 mei 2014 is werknemer met toestemming van het UWV voor de duur van twee maanden in het kader van een proefplaatsing gestart als Sales Manager New Business bij werkgever, een traiteur.

Op 27 mei 2014 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen verzoeker, de directeur en hoofd Marketing & Sales. Daarbij is werknemer meegedeeld dat zijn proefplaatsing per direct werd beëindigd. Ter beoordeling ligt de vraag voor of werkgever jegens werknemer (verboden) onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte door de proefplaatsing te beëindigen.

Werknemer heeft ter ondersteuning van zijn stelling dat zijn huidziekte voor werkgever reden is geweest voor de beëindiging van zijn proefplaatsing onder meer verwezen naar een brief van het UWV, waarin wordt verklaard dat vanuit werkgever is aangegeven dat de proefplaatsing vanwege werknemer zijn psoriasis wordt beëindigd.

Daarmee zijn feiten vastgesteld die kunnen doen vermoeden dat de huidziekte van werknemer in ieder geval mede een reden is geweest om de proefplaatsing te beëindigen. Vervolgens is het aan werkgever te bewijzen dat zij niet in strijd met de WGBH/CZ heeft gehandeld.

Werkgever heeft dit nagelaten, zodat het College oordeelt dat sprake is van direct onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Ten aanzien van de vraag of werkgever een beroep toekomt op de wettelijke uitzondering, overweegt het College het volgende. Uit de verklaring van de symbolen die in de hygiënecode worden gehanteerd, blijkt dat het onderdeel waar werkgever naar verwijst geen wettelijke verplichting is, maar slechts een dringend advies.

Werkgever is op grond van artikel 2 WGBH/CZ gehouden om doeltreffende aanpassingen te verrichten om de nadelen op te heffen die verbonden zijn aan een handicap of chronische ziekte. In verband met deze verplichting had het op de weg van werkgever gelegen om nadere informatie in te winnen over de risico’s en de kansen op besmetting bij werknemer zijn werkzaamheden en over de wijze waarop dergelijke risico’s en kansen kunnen worden tegengegaan.

Werkgever heeft dit echter nagelaten en werknemer wordt in het gelijk gesteld.

Publicatiedatum 13/06/2015

Volg ons op social media