Werknemer in voorlopige hechtenis mag niet zomaar ontslagen worden!

Terug

De casus
De werkneemster werkte sinds 2010 parttime als office manager bij een bedrijf. Op 14 maart 2016 is zij aangehouden in Duitsland, omdat ze een strafbaar feit met betrekking tot drugs zou hebben gepleegd. Omdat de werkneemster sinds die tijd in voorlopige hechtenis zat, heeft de werkgever besloten haar geen salaris meer te betalen. Terwijl de werkneemster in voorlopige hechtenis zat heeft de werkgever een brief gestuurd waarmee hij haar op staande voet heeft ontslagen. De reden daarvoor is dat de werkneemster volgens de werkgever zonder geldige reden niet op het werk is verschenen. Dit zou werkweigering zijn en dat is volgens de wet een dringende reden om het contract per direct op te zeggen.

Voorlopige hechtenis, is de periode waarin iemand vastzit, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Van een veroordeling is dus nog geen sprake.

Naar de rechter
Omdat de werkneemster het niet eens is met het ontslag op staande voet, vecht zij dit aan bij de kantonrechter. Zij eist dat, als de voorlopige hechtenis wordt geschorst, zij weer gewoon aan het werk kan bij haar werkgever met behoud van loon vanaf het onterecht gegeven ontslag op staande voet.

Geen ontslag op staande voet
De rechter kijkt eerst of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Daarvoor moet er sprake zijn van een dringende reden om de werkneemster te ontslaan. Volgens de kantonrechter is aan deze voorwaarde niet voldaan. De werkneemster zit in voorlopige hechtenis, wat wil zeggen dat er nog geen veroordeling is. De rechter verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is beslist dat zelfs als iemand wel veroordeeld is, dit niet per definitie betekent dat een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is. Ook de wet zegt dat iemand schuldig moet zijn aan een misdrijf, wil er sprake zijn van een dringende reden. Omdat er bij voorlopige hechtenis niet eens sprake is van een veroordeling, laat staan van schuld, kan de situatie van de werkneemster niet leiden tot ontslag op staande voet.

Daarnaast wist de werkgever wel degelijk waarom de werkneemster niet op haar werk verscheen. Via een contactpersoon heeft zij dit namelijk aan haar werkgever laten weten.

Ook geen ontbinding van het contract
Nu het ontslag op staande voet niet is gelukt, wil de werkgever het contract van de werkneemster op een andere grond ontbinden. Deze gronden staan in de wet genoemd. In dit geval is ook dat niet gelukt. Om te beginnen heeft de rechter aangegeven dat detentie een reden voor ontbinding kan zijn, maar niet in dit geval omdat er sprake is van voorlopige hechtenis. Dit is niet gebaseerd op een veroordeling en bovendien vaak van beperkte duur. De problemen die de werkgever heeft doordat de werkneemster uitvalt, zou hij ook hebben bij een werknemer die afwezig is door ziekte.

De werkgever heeft ook aangevoerd dat er sprake is van verwijtbaar handelen, omdat de werkneemster bewust het risico heeft genomen dat zij door haar handelen niet kon komen werken. Ook daarop voert de kantonrechter aan dat het nog slechts om een verdenking van de strafbaar feit gaat. Het staat dus nog niet vast of de werkneemster schuldig is.

Zelfs geen verstoorde arbeidsverhouding
Ten slotte stelt de werkgever dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, waardoor de werkneemster niet meer in dienst kan blijven. Volgens de werkgever is het vertrouwen in haar helemaal weg, ook omdat ze representatieve functie heeft. De rechter vindt het aannemelijk dat er nu minder vertrouwen in de werkneemster is, maar vindt ook dat de arbeidsverhouding hierdoor niet zo erg verstoord is, dat zij uit dienst zou moeten. De rechter is namelijk van oordeel dat er geen verband bestaat tussen het strafbare feit dat de werkneemster gepleegd zou hebben en de werkzaamheden die ze uitvoert voor haar werkgever. Daarnaast is het strafbare feit niet op het werk gepleegd en de heeft de werkgever hierdoor geen klanten verloren. Daarom kan volgens de rechter de relatie tussen de werkgever en de werkneemster gewoon hersteld worden, al moet er wel eerst een goed gesprek tussen hen plaatsvinden.

Beslissing van de rechter
De kantonrechter beslist dat de werkneemster niet op staande voet ontslagen kan worden en dat haar arbeidsovereenkomst ook niet op een andere grond ontbonden kan worden. Dus ondanks dat de werkneemster in voorlopige hechtenis zat, blijft de arbeidsovereenkomst in stand. De werkneemster behoudt haar recht op loon als zij na haar voorlopige hechtenis beschikbaar en bereid is om weer te gaan werken. Wel zal er eerst een goed gesprek moeten worden gevoerd tussen haar en haar werkgever, met als uitgangspunt dat zij gewoon in dienst blijft.

Publicatiedatum 29/11/2016

Volg ons op social media