Wijzigingen WW-uitkering per 1 januari 2016

Terug

Vanaf 1 januari 2016 heeft een werkloze werknemer voor de eerste tien jaren arbeidsverleden recht op een (1) maand WW-uitkering.

Na de eerste tien jaren geldt er nog slechts een opbouw van een halve maand WW voor ieder jaar aan arbeidsverleden. Als een werknemer dus een arbeidsverleden heeft van 20 jaar, heeft de werknemer recht op een WW-uitkering van 15 maanden. De hoofdregel daarbij is dat het arbeidsverleden dat vóór 2016 is opgebouwd, wordt gerespecteerd.

Een paar voorbeelden.

Voorbeeld 1
Yusuf wordt ontslagen en heeft per 1 maart 2016 recht op een WW-uitkering. Yusuf heeft een arbeidsverleden van 30 jaar. Dit arbeidsverleden is vóór 2016 opgebouwd volgens de oude opbouwregeling (een maand WW voor ieder jaar arbeidsverleden). Het arbeidsverleden van vóór 2016 wordt gerespecteerd en Yusuf heeft dan ook een opbouw van 30 maanden WW-uitkering. Maar dit betekent niet dat de duur van de WW-uitkering van Yusuf ook 30 maanden bedraagt.

Volgens de afbouwregeling bedraagt de WW-uitkering van Yusuf per 1 maart 2016, 29 maanden (er geldt namelijk een afbouw van een maand in het eerste kwartaal van 2016).

Voorbeeld 2
Sanne heeft op 1 januari 2016 een arbeidsverleden van 14 jaar. Dit arbeidsverleden is vóór 2016 opgebouwd volgens de oude opbouwregeling. Deze opbouw wordt dus gerespecteerd. Vervolgens werkt Sanne nog een tijd door en wordt zij per 1 januari 2024 ontslagen. Vanaf 1 januari 2016 tot 1 januari 2024 heeft Sanne dus nog 8 jaar arbeidsverleden opgebouwd.

Omdat er op 1 januari 2016 sprake is van een arbeidsverleden van meer dan 10 jaar, heeft Sanne volgens de nieuwe opbouwregeling voor elk jaar arbeidsverleden (vanaf 1 januari 2016) recht op een halve maand WW-uitkering. Per 1 januari 2024 bedraagt de WW-uitkering van Sanne (14 maanden + 4 maanden =) 18 maanden.

Voorbeeld 3
Paul heeft op 1 januari 2016 een arbeidsverleden van 4 jaar. Dit arbeidsverleden is vóór 2016 opgebouwd volgens de oude opbouwregeling. Vervolgens werkt Paul nog een tijd door en wordt hij op 1 januari 2030 ontslagen. Vanaf 1 januari 2016 tot 1 januari 2030 heeft Paul nog 14 jaar arbeidsverleden opgebouwd. Omdat er op 1 januari 2016 nog geen sprake is van arbeidsverleden van 10 jaar, tellen de eerste zes jaar arbeidsverleden vanaf 1 januari 2016 volgens de nieuwe opbouwregeling voor 1 maand WW en de resterende 8 jaar arbeidsverleden tellen voor een halve maand WW. Per 1 januari 2030 bedraagt de WW-uitkering van Paul (10 maanden + 4 maanden =) 14 maanden.

Duur WW-uitkering en afbouwregeling
Het maximum wordt in de periode van 1 januari 2016 tot 1 april 2019 stapgewijs (met één maand per kwartaal) volgens de afbouwregeling teruggebracht naar 24 maanden. Vanaf 1 april 2019 geldt voor elke werknemer dus een maximale WW-uitkering van 24 maanden. Tot 1 april 2019 kan de maximale WW-uitkering nog hoger liggen.

Afbouwregeling WW

De afbouwregeling is van toepassing op elke werknemer die op 1 januari 2016 een WW-uitkering van meer dan 24 maanden heeft opgebouwd. De afbouw verloopt volgens een tabel afbouwregeling, waarbij geldt dat de maximale WW-uitkering niet lager zal uitkomen dan 24 maanden. De duur wordt namelijk ingekort tot het nieuwe maximum van 24 maanden.

 

Voorbeeld 4
Kees heeft op 1 januari 2016 een arbeidsverleden van 40 jaar waardoor hij op 1 januari 2016 (volgens de oude opbouwregeling van 1 maand WW voor ieder jaar arbeidsverleden) een maximale WW-uitkering van 38 maanden heeft opgebouwd. Kees wordt per november 2018 werkloos en heeft aansluitend recht op een WW-uitkering. Volgens de afbouwregeling heeft Kees op dat moment recht op een WW-uitkering van (38 maanden WW – 12 maanden afbouw in het vierde kwartaal van 2018 =) 26 maanden.

Voorbeeld 5
Linda heeft op 1 januari 2016 een arbeidsverleden van 30 jaar waardoor Linda op 1 januari 2016 (volgens de oude opbouwregeling van 1 maand WW voor ieder jaar arbeidsverleden) een WW-uitkering van 30 maanden heeft opgebouwd. Linda wordt per november 2018 werkloos en heeft aansluitend recht op een WW-uitkering. Volgens de afbouwregeling heeft Linda recht op een WW-uitkering van 24 maanden. Linda had namelijk op 1 januari 2016 recht op 30 maanden WW en er geldt in een vierde kwartaal van 2018 een afbouw van 12 maanden. Omdat de maximale WW-uitkering niet lager kan uitkomen dan 24 maanden, heeft Linda per november 2018 recht op een WW-uitkering van 24 maanden (en dus niet 30 – 12 = 18 maanden).

Voorbeeld 6
Patricia heeft op 1 januari 2016 een arbeidsverleden van 11 jaar waardoor Patricia op 1 januari 2016 (volgens de oude opbouwregeling van 1 maand WW voor ieder jaar arbeidsverleden) een WW-uitkering van 11 maanden heeft opgebouwd. Patricia werkt nog een tijd door en wordt per november 2018 werkloos en heeft aansluitend recht op een WW-uitkering. De afbouwregeling is niet van toepassing omdat Patricia op 1 januari 2016 nog geen WW-uitkering van meer dan 24 maanden had opgebouwd.

Hoogte WW-uitkering
De hoogte van de WW-uitkering wijzigt niet. De eerste twee maanden heeft de werkloze werknemer nog steeds recht op een uitkering van 75% van het dagloon en vanaf de derde maand bedraagt dat 70% van het dagloon.

Publicatiedatum 16/02/2016

Volg ons op social media