Arbeidsrecht & Privacy: Cameratoezicht (bron: mr. Linders)

Terug

Om een camera op de werkplek te mogen ophangen moet een werkgever in de eerste plaats een gerechtvaardigd belang hebben, bijvoorbeeld voorkomen van diefstal of bescherming van bezoekers. Daarnaast moet de inzet van cameratoezicht noodzakelijk zijn. Is er geen andere mogelijkheid die minder ingrijpend is voor de privacy om controle uit te oefenen? Als na afweging van de belangen en rechten camera's worden geplaatst, dan moeten de werknemers hierover worden ingelicht.

Als er een ondernemingsraad (OR) is ingesteld, dan moet de OR instemming verlenen voordat camera's mogen worden opgehangen. In een zaak die onlangs is voorgelegd aan de kantonrechter te 's-Hertogenbosch wilde een werkgever camerabeveiliging inzetten om diefstal van haar bedrijfseigendommen te voorkomen. De OR weigerde echter instemming te verlenen, omdat zij van mening was dat permanent cameratoezicht een te vergaande inbreuk zou maken op de privacy van de werknemers. De werkgever verzocht daarom de kantonrechter te 's-Hertogenbosch om vervangende toestemming te verlenen.

De kantonrechter stelde voorop dat de werkgever belang had bij een goed beveiligingssysteem. De werkgever was een producent van hoogwaardige technologische producten en bij de assemblage van deze producten werd gebruik gemaakt van diefstalgevoelige componenten. Recentelijk waren enkele producten ontvreemd. De werkgever gaf aan dat zij haar personeel in principe vertrouwde, maar de laatste jaren waren steeds meer flexibele arbeidskrachten in dienst gekomen. De Kantonrechter was het met de werkgever eens dat zij een gerechtvaardigd belang had, namelijk de bescherming van haar bedrijfseigendommen en de preventie van diefstal. Verder speelde ook een collegiale overweging een rol, namelijk het voorkomen van achterdocht tussen de werknemers onderling als er niet kon worden vastgesteld wie de verdwenen producten had meegenomen. Verder was voldoende aannemelijk dat de camerabeelden uitsluitend zouden worden gebruikt om diefstal te controleren, omdat de camera's uitsluitend in de productiehal zouden worden gebruikt. Bovendien zouden de camera's voor iedereen zichtbaar zijn en worden aangegeven door middel van borden. In deze zaak voldeed de inzet van cameratoezicht aan de beleidsregels die zijn opgesteld door de Autoriteit Persoonsgegevens omtrent cameratoezicht. De Kantonrechter verleende zijn toestemming voor het plaatsen van camera's.

De zaak had anders kunnen uitpakken als de OR andere passende en minder verstrekkende maatregelen had kunnen aandragen. In de besproken zaak had de OR wel alternatieven voorgesteld, bijvoorbeeld om wekelijks tellingen te laten plaatsvinden of visitatiesteekproeven te laten plaatsvinden. Deze maatregelen waren volgens de kantonrechter hier niet passend.

Bedenkt u zich bij het inzetten van cameratoezicht of een ander controlesysteem dat de regelgeving van de Wet Bescherming Persoonsgegevens om de hoek komt kijken. Niet alle vormen van toezicht zijn toegestaan. Mogelijk heeft u instemming van de OR nodig of moet u een melding maken bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Zorg er in ieder geval voor dat de inbreuk op de privacy van uw werknemers zo klein mogelijk is.

Publicatiedatum 12/10/2016

Volg ons op social media