Borstvoeding geven op het werk: geen sinecure (bron: mr. M. Vegter)

Terug

Rechtspraak over de rechten en verplichtingen van werkgever en werknemer in het geval een werkneemster borstvoeding geeft, is schaars. Onlangs sprak het Europese Hof zich uit in de Spaanse zaak Otero Ramos (ECLI:EU:C:2017:789) over borstvoeding geven op het werk. Een aanwinst voor de rechtsontwikkeling.

In de wet is het mooi geregeld. Een werkneemster die borstvoeding wil geven, heeft het recht haar werk daarvoor te onderbreken en moet tijdens die onderbrekingen doorbetaald worden. De werkgever moet zorgen dat de werkplek van de werkneemster veilig is ingericht en geen risico’s met zich brengt voor haarzelf en haar baby. Toch blijkt het uitoefenen van dit recht in de praktijk niet altijd eenvoudig en voldoen werkplek en voedingsruimte niet altijd aan de eisen, zo blijkt onder meer uit een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie (JAR 2017/292).

Werkplek in ziekenhuis niet veilig ingericht
In deze zaak ging het om een verpleegkundige op de spoedeisende hulp in een ziekenhuis in Spanje. Zij had haar werkgever gevraagd om aanpassing van haar werk in verband met de daaraan verbonden risico’s voor het geven van borstvoeding. Ze had hierbij gewezen op het werken in een ploegenstelsel, ioniserende (radioactieve) straling, ziekenhuisinfecties en stress. Volgens het ziekenhuis was er echter geen enkel risico voor de borstvoeding van haar kind, zodat haar verzoek werd afgewezen.

Op grond van de Spaanse wet vroeg zij vervolgens een uitkering aan – de Spaanse wet kent een uitkeringsregeling voor het geval een werkneemster niet kan werken tijdens de periode van borstvoeding vanwege risico’s op het werk – maar ook dit verzoek werd afgewezen. De werkneemster stelde beroep in tegen deze afwijzing en beriep zich daarbij op een brief van haar direct leidinggevende waarin werd aangegeven dat het werk op de spoedeisende hulp fysische, chemische, biologische en psychosociale risico’s met zich bracht. In de procedure bij het Europese Hof ging het vervolgens om de vraag wie wat moest bewijzen en of het niet voldoen aan de arboregels tijdens de periode van borstvoeding tot discriminatie op grond van geslacht leidt.

Afdwingen naleving arboregels via discriminatieverbod
'Het Hof overwoog, kort gezegd, dat, als het onderzoek naar de veiligheid van de werkplek van een werkneemster die borstvoeding wil geven, niet zorgvuldig gebeurt, dit een vermoeden oplevert van discriminatie en het aan de werkgever/sociale zekerheidsinstantie is om dit vermoeden te weerleggen. Een verlichting van de bewijslast voor de werkneemster dus.'

Het mooie van deze uitspraak is dat het arbeidsomstandighedenrecht op deze manier tanden krijgt via het gelijke behandelingsrecht. Worden de arboregels niet of niet goed nageleefd jegens een werkneemster die borstvoeding geeft, dan is dat discriminatie op grond van geslacht en kan de werkneemster een beroep doen op de daarvoor geldende sancties. Dat kan hopelijk bijdragen aan een betere naleving van de arboregels.

Publicatiedatum 24/11/2017
Borstvoeding geven op het werk: geen sinecure (bron: mr. M. Vegter)

Volg ons op social media