Complexiteit in transitievergoeding betalen aan tijdelijke werknemer(s).

Terug

Sinds 1 juli 2015 is de ketenbepaling verkort en moet werkgever een trainsitevergoeding betalen aan werknemers die twee jaar of langer in dienst zijn geweest.

Voorbeeld A:
Contract 1, ingaande 1 januari 2013 tot 1 januari 2014
Contract 2, ingaande 1 januari 2014 tot 1 januari 2015
Contract 3, ingaande 1 januari 2045 tot 1 januari 2016

Omdat het 3e contract voor 1 juli 2015 is aangegaan, is op deze arbeidsovereenkomst nog de oude ketenbepaling van toepassing. Dit betekent dat deze arbeidsovereenkomst de tweejaarstermijn mag overschrijden en loopt dus van rechtswege af.

Indien werkgever na afloop van het 3e contract niet overgaat tot het geven van een vast contract, moet hij/zij transitievergoeding betalen, waarbij de duur van alle arbeidsovereenkomsten meetellen voor de hoogte van de vergoeding.
Voorgaande arbeidsovereenkomsten tellen niet mee voor de berekening van de transitievergoeding als er meer dan zes maanden tussen twee tijdelijke contracten heeft gezeten.


Voorbeeld B (ketenbepaling per 1 juli 2015):
Contract 1, ingaande 1 september 2013 tot 1 maart 2014
Contract 2, ingaande 1 maart 2014 tot 1 maart 2015
Contract 3, ingaande 1 augustus 2015 tot 1 augustus 2016

Omdat het 3e contract na 1 juli 2015 is aangegaan, geldt de nieuwe ketenbepaling.
Voor 1 juli 2015 heeft werknemer een dienstverband van anderhalf jaar gehad. Omdat er minder dan zes maanden tussen de laatste 2 contracten heeft gezeten, tellen de voorgaande contracten mee bij het bepalen of de werknemer recht heeft op een vast contract.

Op 1 september 2015 overschrijdt de werkgever de tweejaarsperiode (tussenperiode telt mee), waardoor werknemer recht heeft op een vast contract! Alle vorige contracten tellen dus ook mee voor de transitievergoeding.

Let op bij onderbreking!
De periode van zes maanden die tussen 2 tijdelijke contracten moet hebben gezeten geldt - voor contracten die voor 1 juli 2015 worden aangegaan - niet met terugwerkende kracht voor de ketenbepaling, maar wel voor de trainsitevergoeding.

Voorbeeld C:
Contract 1, ingaande 1 juli 2012 tot 1 februari 2013
Contract 2, ingaande 1 februari 2013 tot 1 februari 2014
Contract 3, ingaande 1 februari 2014 tot 1 februari 2015
Contract 4, ingaande 1 februari 2015 tot 1 september 2015

Omdat het 4e contract voor 1 juli 2015 is afgesloten geldt voor de onderbreking van de ketenbepaling nog een periode van 3 maanden i.p.v. 6.
Aangezien er eer dan 3 maanden tussen het 3e en 4e contract hebben gezeten, telt de periode voorafgaand aan het 4e contract niet mee in de ketenbepaling en loopt dus van rechtswege af.

Echter, voor de transitievergoeding geldt wel de maximale tussenperiode van 6 maanden, met terugwerkende kracht!
Aangezien er geen 6 maanden tussen het 3e en 4e contract hebben gezeten, tellen alle voorgaande arbeidsovereenkomsten mee voor de berekening van de transitievergoeding.

Overgangsrecht
Voor bepaalde werkgever had dit grote gevolgen, denk aan de seizoenswerkers die op basis van de onderbrekingen in de oude ketenbepaling voor werkgever hadden gewerkt. Bijvoorbeeld 8 maanden werken en vier maanden "rust", sinds 2000, dan zou de vergoeding enorm oplopen.

Het overgangsrecht is opgenomen in de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) en regelt het volgende:

Werkgever hoeft geen transitievergoeding aan een tijdelijke werknemer te betalen als deze binnen 6 maanden weer in dienst komst.

Arbeidsovereenkomsten die voor 1 juli 2015 zijn geëindigd, met een onderbreking van meer dan 3 maanden, tellen niet meer voor de berekening van de transitievergoeding.

Indien werkgever voor, op of na 1 juli 2015 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar werknemer heeft verstrekt, of aangaat, tellen de voorafgaande tijdelijke contracten niet mee als deze voor 1 juli 2015 zijn geëindigd en onderbroken met een periode langer dan 3 maanden.

Voorbeeld D;
Contract 1, ingaande 1 maart 2011 tot 1 augustus 2011
Contract 2, ingaande 1 januari 2012 tot 1 juni 2012
Contract 3, ingaande 1 november 2012 tot 1 oktober 2013
Contract 4, ingaande 1 oktober 2013 tot 1 september 2014
Contract 5, ingaande 1 september 2014 tot 1 augustus 2015

Omdat de 1e 2 contracten voor 1 juli 2012 zijn geëindigd met een onderbreking langer dan 3 maanden, tellen deze niet mee bij de berekening van de transitievergoeding. De vergoeding wordt dus enkel berekend over de laatste 3 contracten.

Inzake de ketenbepaling hoeft werkgever allen naar de laatste 3 contracten te kijken, en aangezien het laatste contract nog voor 1 juli 2015 ia aangegaan, is op deze arbeidsovereenkomst nog de oude ketenbepaling van toepassing en loopt dus van rechtswege af.

Publicatiedatum 17/07/2015

Volg ons op social media