De Wet Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden

Terug

Zwangerschaps, -bevallings- en adoptieverlof

De mogelijkheid om bevallingsverlof op te nemen wordt geflexibiliseerd. Dit verlof hoeft niet meer ineens opgenomen te worden, maar kan deels flexibel worden ingezet, behalve indien zwaarwegende bedrijfsbelangen zich hiertegen verzetten. Gespreide opname over maximaal 30 weken vanaf de dag van de opsplitsing van het verlof is mogelijk voor het bevallingverlof dat overblijft vanaf 6 weken na de datum van de bevalling.

Daarnaast bevat de Wet Modernisering een regeling voor een aantal specifieke gevallen zoals de geboorte van een meerling en de situatie waarin het pasgeboren kind om medische redenen in het ziekenhuis moet worden opgenomen. In dit laatste geval wordt het bevallingsverlof verlengd met het aantal dagen dat het kind in het ziekenhuis opgenomen is geweest. Voor de situatie van de meerling wordt op termijn (de inwerkingtredingsdatum van deze regeling is nog niet bekend, aangezien het UWV tijd heeft gekregen om haar werkprocessen aan te passen) het zwangerschapsverlof uitgebreid met vier weken.

De Wet Modernisering bevat ook een regeling voor het geval de moeder overlijdt tijdens het bevallingsverlof. In dat geval gaat de resterende duur van het bevallingsverlof over op de juridische ouder van het kind.

Ook ten aanzien van het adoptie- en pleegzorgverlof bevat de Wet Modernisering een aantal wijzigingen. Het tijdvak waarin het verlof opgenomen mag worden, is gewijzigd. Dit tijdvak is verlengd van 18 naar 26 weken. De werknemer mag het verlofrecht vanaf 4 weken voor de opname van het kind gebruiken. Ook dit verlof mag gespreid worden opgenomen, tenzij zwaarwegende bedrijfsbelangen zich hiertegen verzetten. De duur van het adoptie- en pleegzorgverlof is niet gewijzigd en blijft 4 weken.


Ouderschapsverlof

Het opnemen van ouderschapsverlof wordt geflexibiliseerd. Voorheen gold dat ouderschapsverlof alleen kon worden opgenomen gedurende een aangesloten periode van maximaal 12 maanden en voor ten hoogste de helft van de arbeidsduur per week. De wet kende slechts 3 specifiek genoemde uitzonderingssituaties: 1) verlof voor een langere periode dan 12 maanden, of 2) verlof opdelen in maximaal 6 perioden van elk minimaal 1 maand of 3) meer verlofuren per week dan de helft van de wekelijkse arbeidsduur. Onder de nieuwe regeling kan het ouderschapsverlof in elke gewenste vorm worden gespreid, zolang het kind nog geen 8 jaar oud is. Ook hier geldt echter dat zwaarwegende bedrijfsbelangen zich kunnen verzetten tegen de door de werknemer gewenste spreiding.

Na de bevalling van de partner heeft de werknemer recht op twee dagen betaald kraamverlof. Dit was al zo. De Wet Modernisering voegt hier nog een periode van 3 dagen onbetaald verlof aan toe. Deze 3 dagen worden wel afgetrokken van het onbetaalde ouderschapsverlof.


Calamiteiten en ander kortdurend verzuimverlof

Deze vorm van verlof is bedoeld voor situaties, waarin de werknemer als gevolg van bijzondere persoonlijke omstandigheden gedurende korte tijd betaald verlof dient op te nemen. De Wet Modernisering verduidelijkt wat onder andere onder deze bijzondere persoonlijke omstandigheden verstaan dient te worden: naast bevalling van de partner of overlijden van een naaste, vallen hieronder spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijs niet buiten werktijd om te plannen arts- of ziekenhuisbezoek van de werknemer of de noodzakelijke begeleiding daarbij van personen voor wie de werknemer ook zorgverlof kan opnemen en noodzakelijke verzorging op de eerste ziektedag van voornoemde personen. Overigens kan de werknemer ook voor meer praktische zaken kortdurend verzuimverlof opnemen zoals de situatie dat de werknemer met spoed voorzieningen moet treffen voor bijvoorbeeld inbraak in zijn woning, kapotte waterleiding of verstopt riool.


Kort en langdurend zorgverlof

Het recht op kort en langdurend zorgverlof bestond al, doch per 1 juli 2015 is de kring van personen ten behoeve van wie zorg kan worden verleend uitgebreid. Naast de partner en bloedverwanten in de eerste graad (kinderen en ouders) zal ook zorgverlof opgenomen kunnen worden door werknemers die zorgen voor een bloedverwant in de tweede graad (grootouders, kleinkinderen en broers of zussen), door werknemers die zorgen voor een persoon die deel uitmaakt van de huishouding van de werknemer (bijvoorbeeld een inwonende nicht of tante) of een persoon met wie de werknemer anderszins een sociale relatie heeft, waarbij de te verlenen zorg rechtstreeks uit die relatie voortvloeit en redelijkerwijs door de werknemer moet worden verleend. De werknemer zal aannemelijk moeten maken dat sprake is van een sociale relatie en dat de zorg redelijkerwijze door hem verleend moet worden. Slaagt de werknemer er niet in dit aannemelijk te maken dan kan de werkgever de verlofopname weigeren.

De duur van het kortdurende zorgverlof is ongewijzigd gebleven: maximaal twee keer de overeengekomen arbeidsduur per week in een periode van 12 maanden. De werknemer heeft gedurende het kortdurende zorgverlof recht op betaling van 70% van het loon, althans tenminste het voor de werknemer geldende minimumloon.

Met betrekking tot het langdurend zorgverlof geldt dezelfde uitgebreide kring van personen. Bovendien is niet langer vereist dat het gaat om zorg voor een persoon met een levensbedreigende ziekte, maar kan ook langdurig zorgverlof gevraagd worden als de te verzorgen persoon ziek of hulpbehoevend is. De duur van het langdurige zorgverlof bedraagt maximaal 6 keer de overeengekomen arbeidsduur per week per periode van 12 maanden. Langdurig zorgverlof is onbetaald.

De werkgever kan zowel kortdurend als langdurig zorgverlof weigeren vanwege een zwaarwegend bedrijfsbelang.

Publicatiedatum 03/07/2015

Volg ons op social media