Geen wedertewerkstelling omdat arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding

Terug

Werknemer is werkzaam als vertegenwoordiger.

Met ingang van 1 juli 2013 wordt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd omgezet naar onbepaalde tijd, met een brutoloon ad € 1.469,40 per maand.

Werkgever deelt in maart 2015 aan werknemer mede dat zijn arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden onverwijld wordt opgezegd, en bij (ongedateerde) aangetekende brief wordt dit ontslag op staande voet schriftelijk door werkgever aan werknemer bevestigd.

Aansluitend roept werknemer de nietigheid van het ontslag op staande voet in, en deelt aan werkgever mede dat hij zich beschikbaar houdt voor de bedongen arbeid.

Werkgever deelt aan werknemer mede dat zij haar standpunt handhaaft dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, en werknemer geen loon meer ontvangt.

Werknemer vordert in kort geding (onder meer) wedertewerkstelling en loon; het ontslag op staande voet zou nietig zijn omdat er geen sprake is van de door werkgever aangevoerde dringende reden, waarop werkgever ter zitting het ontslag op staande voet intrekt.

De kantonrechter oordeelt dat niet (meer) in geschil is dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is blijven voortduren. In beginsel is werkgever dan ook gehouden om werknemer weer tot zijn werkzaamheden toe te laten, echter zal dit onderdeel van de vordering van werknemer worden afgewezen omdat in de gelijktijdig behandelde verzoekschriftprocedure de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen zal ontbinden per 1 juni 2015 wegens een verstoorde arbeidsverhouding, met één maand loon aan werknemer te betalen.

Publicatiedatum 29/05/2015

Volg ons op social media