Het recht op een transitievergoeding voor de langdurig arbeidsongeschikte werknemer

Terug

Sinds de inwerkingtreding van de WWZ heeft iedere werknemer na beëindiging van het dienstverband op initiatief van de werkgever recht op de transitievergoeding, dus ook voor de werknemer die na twee jaar ziekte arbeidsongeschikt uit dienst gaat.

Sommige werkgevers kiezen ervoor om de arbeidsovereenkomst met de arbeidsongeschikte werknemer na twee jaar ziekte niet te beëindigen. De werknemer blijft formeel in dienst en daarom ontstaat er geen recht op een transitievergoeding. Omdat de loondoorbetalingsverplichting reeds is geëindigd en de werknemer geen werkzaamheden meer verricht wordt wel gesproken van een ‘slapend dienstverband’.

Verschillende kantonrechters (zoals de kantonrechter Almere en de kantonrechter Roermond) hebben inmiddels geoordeeld dat deze handelwijze van de werkgever geen ernstige verwijtbaarheid oplevert. Ook uit een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden wordt afgeleid dat geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid (al komt dit in de uitspraak niet nadrukkelijk aan bod). Het heeft daarom voor de werknemer geen nut om zelf ontbinding te verzoeken onder toekenning van de transitievergoeding en een eventuele billijke vergoeding.

Ook volgens minister Asscher is bij een slapend dienstverband hooguit sprake van onfatsoenlijk werkgeverschap maar niet van ernstige verwijtbaarheid.

In april 2016 heeft minister Asscher aangekondigd dat werkgevers gecompenseerd zullen gaan worden voor de transitievergoeding die verschuldigd is aan de langdurig arbeidsongeschikte werknemer. Deze compensatie zal plaatsvinden vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds waar een verhoging van de premie tegenover staat. Er zal tevens worden bezien of het mogelijk is om deze voorgestelde wijziging met terugwerkende kracht in te laten gaan.

Publicatiedatum 15/07/2016

Volg ons op social media