Kantonrechter kijkt door uitzend/payrollconstructie heen

Terug

Na het sluiten van 3 arbeidsovereenkomsten als oproep taxichauffeur van opvolgend 6 maanden, 12 maanden en 18 maanden, werkt de chauffeur verder als payrollmedewerker c.q. uitzendkracht voor Taxi Dorenbos op basis van een schriftelijke "arbeidsovereenkomst fase B" in dienst van Talent4Taxi (T4T). De overeenkomst vermeldt dat deze eindigt de dag voordat fase C van de CAO voor Uitzendkrachten ingaat.

In het aanmeldformulier, de bevestiging en de arbeidsovereenkomst worden de termen arbeidsovereenkomst, payrollmedewerker, uitzendkracht en detacheringsovereenkomst door elkaar heen gebruikt.

Na een half jaar krijgt de taxichauffeur te horen dat hij niet meer zal worden ingezet. Hij stelt zich op het standpunt dat Taxi Dorenbos in strijd gehandeld heeft met de strekking van artikel 7:668a BW en er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In kort geding vordert de taxichauffeur loondoorbetaling conform de CAO Taxi vervoer en wedertewerkstelling.

Voorshands oordeelt de kantonrechter dat geen geldige uitzendovereenkomst tot stand is gekomen omdat T4T bij de werving geen enkele allocatieve functie heeft vervuld, en ook niet de geringste intentie daartoe had. Hoewel art. 7:690 BW de allocatiefunctie van een uitzendbureau niet als constitutief vereiste stelt voor het tot stand komen van een uitzendovereenkomst, kan uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid dat die allocatiefunctie een belangrijk criterium is bij de beoordeling of sprake is van ter beschikking stellen “in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf”.

Ten aanzien van de vraag of, en zo ja welke overeenkomst dan wel tussen T4T en de chauffeur tot stand is gekomen, stelt de kantonrechter dat de bewoordingen in de overeenkomst te veel onduidelijkheid geven. Voor de chauffeur is daarmee niet duidelijk geworden waar hij aan toe was. Daarbij heeft ook Taxi Dorenbos onduidelijkheid laten voortbestaan over het einde van de arbeidsovereenkomst. Zij heeft tegen de chauffeur gezegd dat 'we na die zes maanden wel zouden zien' of woorden van die strekking.

Duidelijk is dat de chauffeur zonder ook maar een dag onderbreking bij Taxi Dorenbos is blijven werken op dezelfde voet als daarvoor. De kantonrechter overweegt dat in de constructie die Taxi Dorenbos heeft willen doorvoeren het formele en het materiële werkgeverschap uit elkaar worden getrokken. T4T is echter enkel op papier de werkgever geworden. Feitelijk is er niets veranderd tussen de chauffeur en Taxi Dorenbos. Daaruit volgt dat Taxi Dorenbos feitelijk de arbeidsrelatie wilde voortzetten. Daarom is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat de constructie enkel is gekozen om de ketenregeling van art. 7:668a BW te ontlopen.

Door deze constructie moet heen worden gekeken: de vierde arbeidsovereenkomst in deze reeks wordt aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Publicatiedatum 10/06/2015

Volg ons op social media