Maastrichtse kantonrechter geeft incassobureau ervan langs (bron: mr. Van Ewijk)

Terug

Gedaagde laat verstek gaan, vordering Direct Pay toegewezen
Direct Pay had in deze zaak in november 2016 dagvaarding uitgebracht tegen een natuurlijk persoon die een schuld zou hebben van ongeveer € 3.500,- aan een inmiddels gefailleerde telefoonmaatschappij. Die maatschappij zou de vordering – die uit diverse in 2014 en begin 2015 gestuurde facturen zou blijken – aan Direct Pay hebben overgedragen (gecedeerd). De gedaagde liet echter verstek gaan, waarna de kantonrechter die in eerste instantie vonnis wees de vordering heeft toegewezen.

Vordering bleek niet te zijn gecedeerd
Toen de gedaagde kennis kreeg van het vonnis, heeft hij een jurist ingeschakeld. Die kwam er al snel achter dat het grootste deel van de vordering van de telefoonmaatschappij (behalve ongeveer € 160,-) nooit aan Direct Pay was gecedeerd, maar bovendien dat de directeur van de telefoonmaatschappij al in maart 2014 schriftelijk (via e-mail) aan de gedaagde had kenbaar gemaakt dat de schuld was kwijtgescholden.

Vordering blijkt kwijtgescholden, Direct Pay vecht door
De gemachtigde van de gedaagde heeft toen contact gezocht met de gemachtigde van Direct Pay, hem een concept van de verzetdagvaarding gestuurd en aangegeven dat de verzetprocedure beter voorkomen kon worden. Direct Pay wilde daar echter niet van weten, en wilde haar vordering maar met een klein bedrag verminderen. Daarop heeft de advocaat van oorspronkelijke gedaagde haar verzetdagvaarding uitgebracht.

Kantonrechter maakt korte metten met verzetvonnis
Meteen nadat de oorspronkelijke gedaagde verzet had ingesteld heeft Direct Pay haar vorderingen, zoals de kantonrechter dat noemde “op curieuze wijze ingeslikt”. Dat deed zij, aldus nog steeds de kantonrechter, “onder invloed van het vlammende verzetsexploot”. Direct Pay heeft haar vorderingen op geen enkel onderdeel gehandhaafd, maar verwijt de gedaagde wel dat hij niet eerder verweer had gevoerd, omdat Direct Pay dan “haar mind [had] kunnen opmaken” en de procedure had kunnen intrekken. De kantonrechter maakt vervolgens korte metten met het verzetvonnis:

“Gebleken is dat zij het er zonder enige redelijke feitelijke basis op gewaagd heeft met een gebrekkig dossier en een onduidelijk perspectief zowel buiten rechte als in rechte incasso van een volstrekt onzekere vordering na te jagen. Omdat [opposerende partij] om onduidelijke reden in eerste aanleg verstek liet gaan, én omdat de kantonrechter die op 18 januari 2017 vonnis wees, de in een uiterst oppervlakkig jasje gestoken vordering ambtshalve slechts op een enkel gebrek kon betrappen, kwam Direct Pay er toen nog grotendeels zonder kleerscheuren van af. De munitie die [opposerende partij] echter in verzet in reserve bleek te hebben, was voldoende om het wankele bouwwerk waar de vordering van Direct Pay op steunde, omver te blazen. Het hoeft vervolgens geen verbazing te wekken dat zij de strijd al direct in tweede ronde opgaf.”

Direct Pay al eerder strijd met Maastrichtse kantonrechter
Direct Pay en haar gemachtigde kregen het al eerder aan de stok met dezelfde kantonrechter. In het hier besproken vonnis overwoog de kantonrechter al:

“Het is niet voor het eerst dat de Maastrichtse kantonrechter moet vaststellen dat aan zo’n dossier van Direct Pay of aan de bewerking daarvan van alles mankeert. Dat leidt in diverse gevallen tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van vorderingen, zeker in gevallen waarin een gedaagde beslagen ten ijs komt en een soms wat al te oppervlakkige benadering van de eisende partij doorprikt.”

‘Een vordering via een nietszeggend exploot’
En dezelfde kantonrechter oordeelde in 2014 in drie vonnissen (klik hier, hier en hier) dat Direct Pay “elementaire regels van behoorlijke procesvoering” schendt met een “onvoldragen presentatie van een vordering via een nietszeggend exploot”. Maar ook in 2009 (klik hier) en eerder dit jaar (klik hier) werd (deze gemachtigde van) Direct Pay door dezelfde kantonrechter op de vingers getikt. Een kantonrechter kan dat echter alleen doen als er inhoudelijk verweer wordt gevoerd.

Laat geen verstek gaan maar voer verweer!
Als een gedaagde verstek laat gaan, dan toetst de rechter namelijk alleen maar of de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Een integrale toetst vindt dus niet plaats. Het loont dus altijd – zo blijkt uit het voorgaande – om verweer te voeren als een vordering van een incassobureau niet klopt. Als de gedaagde niet verschijnt, dan is het lastig om daardoorheen te prikken. Maar als de gedaagde wel verschijnt, dan is dat anders, zo blijkt uit dit vonnis.

Conclusie: onderbouw de vordering altijd
Het Maastrichtse vonnis is niet alleen een les voor gedaagden om – als ze het met een vordering niet eens zijn – altijd verweer te voeren, maar vooral ook voor eisers. Zelfs bij op het oog eenvoudige zaken, die voor de advocaat van de eiser vanzelfsprekend lijken, is het van belang om helder uiteen te zetten waarop de vordering is gebaseerd (de grondslagen) en waarom die moet worden toegewezen. Ook voor de hand liggende zaken als verzuim, wanneer het is ingetreden en waarom moet altijd netjes uiteen worden gezet. Als dat niet gebeurt, dan kan dat leiden tot een (gedeeltelijke) afwijzing, of soms zelfs tot een hogere proceskostenveroordeling dan normaal.

Publicatiedatum 05/09/2017
Maastrichtse kantonrechter geeft incassobureau ervan langs (bron: mr. Van Ewijk)

Volg ons op social media