Ontslag om alcoholgebruik

Terug

Een werknemer wordt onwel en valt in de fietsenstalling van het bedrijf. Hij bezeert zijn schouder en wordt daarop overeind geholpen door zijn collega’s. Die merken dat er een sterke alcohollucht om hem heen hangt. Dit wordt gemeld bij de werkgever. In de reglementen van de werkgever is alcoholgebruik tijdens het werk uit den boze. De werknemer wordt dan ook aangesproken op zijn drankgedrag en met zachte hand doorgestuurd naar een bedrijfsarts. Verder krijgt de werknemer een officiële waarschuwing.

Geen reden voor paniek
De bedrijfsarts laat in een rapportage weten dat er nog geen reden is voor paniek en dat het geval rond de alcohollucht niet direct gemedicaliseerd moet worden. Kortom de bedrijfsarts ziet het voorlopig als een incident, mede omdat de gezondheid van de medewerker goed is.

Fles wodka in de tas
Wel bezoekt de werknemer nog zijn huisarts die hem verwijst naar een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Enkele maanden later stapt hij naar een instelling op het gebied van verslavingszorg. Een half jaar na het incident in de fietsenstalling valt de werknemer van zijn fiets tijdens woon/werkverkeer. Hij wordt daarop door een collega naar zijn werk gebracht. Daar constateren collega’s dat hij weer sterk naar alcohol ruikt en moeilijk spreekt. Ook wordt er in zijn tas een fles wodka aangetroffen. Daarop gaat de werkgever over op een blaastest met toestemming van de werknemer. Het alcoholpromillage blijkt zeer hoog. De werkgever ontslaat de werknemer op staande voet.

Werknemer eist doorbetaling loon
De werknemer vindt dat er geen sprake is van een dringende reden en eist doorbetaling van het loon. Mocht toch ontslag volgen dan wil hij een transitie- en een billijke vergoeding van totaal 80.000 euro. De kantonrechter stelt de werknemer in het ongelijk waarop deze in hoger beroep gaat.

Bewijs voor drankmisbruik
De werknemer vindt dat de werkgever moet bewijzen dat hij een hoog alcoholpromillage had en er een fles wodka in zijn tas zat. De kantonrechter meent echter dat het ook zonder een test wel duidelijk was dat de werknemer onder invloed van alcohol was. Daarmee hoeft de werkgever geen bewijs te leveren met behulp van de test.

Dan gooit de werknemer het over een andere boeg. Hij vindt dat de bedrijfsarts niet doortastend heeft opgetreden en hem geen hulpplan heeft aangeboden. Bij adequaat handelen had het tweede incident niet plaatsgevonden.

Bedrijfsarts op het verkeerde been gezet
De kantonrechter is van oordeel dat het de werknemer duidelijk mocht zijn dat als hij voor de tweede keer betrapt zou worden op alcoholgebruik, hij zijn baan kwijt zou zijn. Verder vermoedt de rechter dat de werknemer tijdens het gesprek met de bedrijfsarts niet het achterste van zijn tong heeft laten zien, waardoor de bedrijfsarts op het verkeerde been is gezet. Daarmee kwam een ander verhaal bij de werkgever.

Alcoholverslaving niet als ziekte gezien
Er was dus te weinig bewijs dat de werknemer sinds zijn eerste val al alcoholafhankelijk was. Ook bij het tweede geval hoefde de werkgever dus geen rekening te houden met de alcoholafhankelijkheid van de werknemer en kon bij dus de werknemer op staande voet ontslaan. Zijn alcoholverslaving werd nog niet als zodanig als ziekte gezien.

Onberispelijk dienstverband
Het vaststaande reglement rond alcoholgebruik van de werkgever en de waarschuwing die de werknemer de eerste keer al had gekregen, doen de werknemer uiteindelijk de das om. Ondanks zijn lange en onberispelijk dienstverband wordt de werknemer ontslagen zonder vergoeding.

Gerechtshof Den Haag, 17 januari 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:3

Publicatiedatum 28/03/2017
Ontslag om alcoholgebruik

Volg ons op social media