Ontslag op staande voet en toch recht op transitievergoeding?

Terug

Onder de WWZ kan de werknemer onder omstandigheden, ondanks dat hij terecht op staande voet is ontslagen, toch aanspraak maken op de transitievergoeding.

Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet is onder de WWZ, net als onder het oude recht, vereist dat sprake is van een dringende reden: zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Er is dus geen verwijtbaarheid, laat staan, ernstige verwijtbaarheid, vereist voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet, terwijl de werknemer zijn aanspraak op de transitievergoeding alleen verliest indien sprake is van ernstige verwijtbaarheid.

Uit de rechtspraak die sinds 1 juli 2015 is gewezen, blijkt dat zich situaties voor kunnen doen waarbij er wel sprake is van een dringende reden, die een ontslag op staande voet rechtvaardigt, maar waarbij het gedrag van de werknemer niet wordt gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar, zodat de werknemer toch recht heeft op de transitievergoeding.

Deze situatie deed zich bijvoorbeeld voor in de zaak, die leidde tot de beschikking van de kantonrechter Zwolle van 25 april 2016. In die zaak waren de feiten als volgt. Een interieurverzorgster is sinds 1998 in dienst bij een zorginstelling, die zorg biedt aan kwetsbare groepen. In de periode eind 2014 tot begin 2015 is zij succesvol behandeld voor haar alcoholprobleem, waar zij al sinds 2013 mee kampt. In november 2015 neemt haar leidinggevende een alcohollucht waar bij de werkneemster.

De werkneemster erkent vervolgens dat zij een terugval had. De werkneemster krijgt een laatste waarschuwing en de werkgever dringt aan om professionele hulp te zoeken. In februari 2016 erkent de werkneemster in een gesprek met de werkgever dat zij de avond ervoor (opnieuw) te veel alcohol heeft gedronken en dat zij zich dus niet aan de tussen partijen hierover gemaakte afspraken heeft gehouden. De werkgever ontslaat haar op staande voet, omdat zij wederom ernstig afwijkend en oncontroleerbaar gedrag had vertoond in de nabijheid van kwetsbare bewoners, terwijl zij hierop diverse keren was aangesproken en omdat zij zich niet aan de gemaakte afspraken had gehouden.

De kantonrechter is van oordeel dat het gedrag van de werkneemster een dringende reden oplevert voor het ontslag op staande voet. De kantonrechter weegt daarbij mee dat werkgever een instelling is, die zorg biedt aan kwetsbare groepen en dat het toelaten van de werknemer tot de werkvloer een afbreukrisico vormt voor de kwaliteit van haar zorg. Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis met betrekking tot de transitievergoeding komt de kantonrechter tot het oordeel dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag of nalaten van de werknemer. Volgens de parlementaire geschiedenis zou het dan moeten gaan om de situatie waarin de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt, of de situatie waarin de werknemer veelvuldig en zonder gegronde reden te laat op zijn werk verschijnt en hierdoor de bedrijfsvoering wordt belemmerd en werkgever werknemer hier al herhaaldelijk op heeft aangesproken.

De kantonrechter concludeert dat weliswaar vaststaat dat werknemer zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de ernst en de gevolgen van haar alcoholprobleem, maar daardoor is nog geen sprake van ernstig verwijtbaar gedrag als bedoeld in de wetsgeschiedenis. De kantonrechter kent de volledige transitievergoeding toe ter hoogte van € 13.340,-.

Publicatiedatum 12/04/2017
Ontslag op staande voet en toch recht op transitievergoeding?

Volg ons op social media