Ontslag op staande voet na ‘saboteren’ re-integratie

Terug

Het is een beetje kwakkelen met de werknemer van een reparatiebedrijf. Echt lekker functioneert hij niet. Om hem te motiveren tot betere prestaties bevordert zijn werkgever hem in augustus 2016 – zo’n drie jaar nadat hij in dienst is gekomen – tot werkplaatscoördinator.

Functioneren blijft problematisch
De promotie heeft volgens de werkgever niet het gewenste effect. Hij neemt zonder toestemming een apparaat mee, is frequent afwezig, geeft verlof aan medewerkers zonder daarbij rekening te houden met de continuïteit van het werk en denkt niet mee over zijn eigen vervanging als hij zich op 25 oktober met een gebroken hand ziek meldt. Op 2 november meldt hij zich beter. Al snel daarna neemt hij verlof op zonder dat op de juiste manier te melden.
In november meldt hij zich weer ziek wegens pijn aan zijn hand. Een gesprek om hem uit zijn functie te zetten kan daarom niet doorgaan. Hij eist een dag later wel wedertewerkstelling.

Afspraak met arbodienst afgezegd
Pas op 14 december gaat hij weer aan het werk, in een tijdelijke andere functie. Op 23 december 2016 meldt de man zich opnieuw ziek. Op 3 februari staat er een gesprek met de bedrijfsmaatschappelijk werker van de arbodienst gepland, maar de man laat een kwartier voor de afspraak weten niet te zullen komen. De arbodienst roept hem diezelfde dag per mail op om op 7 februari alsnog te komen.

Op vakantie
Pas drie dagen later reageert de werknemer, eveneens per mail. Hij laat weten niet te zullen komen omdat zijn vriendin op het werkt is aangevallen. Omdat haar familie in Zweden woont, heeft de man besloten zijn vakantiedagen op te nemen en met zijn vriendin twee weken naar het buitenland te gaan. Op het verzoek van de arbodienst om in ieder geval wel voor vertrek op gesprek te komen, gaat de man niet in.

Werkgever schakelt bedrijfsrecherche in
Ondertussen speelt er op de achtergrond nog het een en ander. Want de werkgever heeft een anonieme melding ontvangen dat de man op een manege werkt, terwijl hij zich bij zijn baas heeft ziek gemeld. De werkgever schakelt Hoffmann Bedrijfsrecherche in.

Nevenwerkzaamheden tijdens ziekte
Uit het onderzoek blijkt inderdaad dat de zere hand hem er niet van weerhoudt om uren achtereen aan het werk te zijn op de manege. Ook op 7 februari, de dag dat hij wegens de misère van zijn vriendin geen gesprek kan hebben met de bedrijfsmaatschappelijk werker, is hij aan het werk op de manege.

Ontslag op staande voet
Zijn werkgever besluit hem op staande voet te ontslaan. Het bedrijf beroept zich hierbij onder meer op het bedrijfsreglement waarin staat dat het zonder toestemming van de werkgever niet is toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van de werkgever nevenwerkzaamheden te verrichten wanneer deze een goede vervulling van het dienstverband met de werkgever kunnen verhinderen.

Billijke vergoeding
De werknemer vindt het ontslag op staande voet onterecht. Hij legt zich wel neer bij de verbreking van de arbeidsovereenkomst, maar daarvoor wil hij geld zien. Hij eist een transitievergoeding van 7205 euro bruto, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van 6994,35 euro bruto en een billijke vergoeding van 30.520,80 euro. Daarnaast eist hij een eindafrekening voor achterstallig loon, vakantiegeld en de uitbetaling van vakantiedagen.

Passende sanctie
De kantonrechter is het met de werknemer eens dat het verrichten van nevenwerkzaamheden niet voldoende is voor ontslag op staande voet. Het ‘zero-tolerancebeleid’ voor nevenwerkzaamheden is niet algemeen bekend onder de werknemers. Ook is de werknemer niet gewaarschuwd dat de nevenwerkzaamheden niet worden getolereerd. Een waarschuwing of het inhouden van loon was meer op zijn plek geweest.

Re-integratieverplichtingen
Het feit dat de man regelmatig afspraken met de arbodienst heeft afgezegd, vindt de kantonrechter kwalijk. Hij heeft hiermee immers niet voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte. Maar het niet naleven van controlevoorschriften bij ziekte levert op zich geen dringende reden op voor ontslag. Ook hiervoor was opschorting van loon een passender sanctie geweest dan ontslag op staande voet.

Geen billijke vergoeding
Toch kent de kantonrechter geen billijke vergoeding toe. De werknemer heeft zijn ontslag in grote mate aan zichzelf te wijten. De werkgever heeft voldoende onderbouwd dat de werknemer regelmatig is gewaarschuwd dat zijn gedrag niet door de beugel kan. Hij heeft meerdere kansen gekregen om zijn functioneren te verbeteren. Vooral dat hij zich om oneigenlijke redenen heeft afgemeld voor het re-integratiegesprek, rekent de kantonrechter hem aan.

Transitievergoeding
De werknemer heeft wel recht op de transitievergoeding. Deze wordt volgens de wet toegekend aan een werknemer de ten minste 24 maanden in dienst is geweest, wanneer het dienstverband door de werkgever wordt beëindigd. Alleen werknemer die zich schuldig maken aan ernstig verwijtbaar handelen, verspelen hun recht op de transitievergoeding. Daar is hier geen sprake van, aldus de kantonrechter.

Werkgever in ongelijk gesteld
Ook de vergoeding voor het onregelmatige ontslag en de correcte eindafrekening kent de kantonrechter toe. Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij moet de werkgever de proceskosten van de werknemer betalen.

ECLI:NL:RBMNE:2017:1871

Publicatiedatum 04/07/2017
Ontslag op staande voet na ‘saboteren’ re-integratie

Volg ons op social media