Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 oktober 2015, 2015-0000259776, tot wijziging van de Regeling looncomponenten en arbeidsduur in verband met de verduidelijking van de duur van de periode van verlof, staking of ziekte

Terug

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 2, vierde lid, van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 2, tweede lid, van de Regeling looncomponenten en arbeidsduur komt te luiden:
2. Indien op grond van het eerste lid in totaal een periode van 30 dagen of langer niet in aanmerking wordt genomen, wordt voor de berekening van de gemiddelde arbeidsduur voor iedere periode van 30 dagen een kalendermaand in aanmerking genomen waarin geen van de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, zich voordeed, en die direct voorafgaat aan de periode waarover de gemiddelde arbeidsduur wordt berekend.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 5 oktober 2015

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher

TOELICHTING

Uit het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (hierna: besluit) volgt dat het loon de basis voor de berekening van genoemde vergoedingen vormt. Dit wordt berekend door het bruto uurloon te vermenigvuldigen met de overeengekomen arbeidsduur per maand en als de arbeidsduur niet vaststaat dan wordt het loon berekend over de gemiddelde arbeidsduur in de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.

De Regeling looncomponenten en arbeidsduur voorziet er onder meer in dat voor de berekening van de gemiddelde arbeidsduur perioden van verlof, staking of ziekte buiten beschouwing worden gelaten. Als dergelijke perioden optellen tot een maand of langer, dient voorverlenging plaats te vinden van de hiervoor genoemde periode van twaalf maanden. Onder ‘maand’ wordt verstaan kalendermaand. Dit begrip is onvoldoende duidelijk, nu een kalendermaand zowel een periode van 28, 29, 30 of 31 dagen kan inhouden. Vandaar dat in onderhavige regeling in artikel 2, tweede lid, van de regeling ‘een maand’ wordt vervangen door 30 dagen. Tevens is verduidelijkt dat het gaat om het totaal van de perioden waarin de werknemer niet werkte wegens ziekte, staking of verlof. Deze perioden worden samengeteld.

In lijn met deze wijziging is artikel 2, tweede lid, aangepast in die zin dat de periode van 12 maanden wordt voorverlengd met een kalendermaand bij een periode van 30 dagen afwezigheid (als gevolg van ziekte, verlof of staking). Het gaat hierbij om kalenderdagen. Voorverlenging met nog een kalendermaand is pas aan de orde als nog een periode van 30 dagen van afwezigheid zich voordoet. Dit betekent dat pas bij een periode van 60 dagen van afwezigheid een voorverlening van twee kalendermaanden plaatsvindt.


Een voorbeeld ter verduidelijking:
Een werknemer heeft een oproepcontract van twee jaar dat eindigt op 31 december 2015. Zijn arbeidsovereenkomst wordt op initiatief van de werkgever niet verlengd waardoor hij recht krijgt op een transitievergoeding. Op grond van artikel 2, lid 1 onderdeel a, van het Besluit, moet de gemiddelde arbeidsduur worden berekend over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015. Als de perioden van verlof, staking en ziekte samen 30 dagen of langer zijn, dient voorverlenging plaats te vinden. In deze periode is hij 30 dagen ziek geweest en heeft hij 21 dagen verlof (3 weken vakantie) genoten. Nu deze periode van ziekte en verlof in totaal 51 dagen bedraagt, dient voorverlenging plaats te vinden met in dit geval één kalendermaand. Dit betreft de maand december van 2014 (de kalendermaand direct voorafgaand aan 1 januari 2015). De maand november 2014 blijft buiten beschouwing, omdat het resterende aantal dagen 21 bedraagt.

Publicatiedatum 19/11/2015

Volg ons op social media