Transitievergoeding bij doorstartende werkgever na faillissement!

Terug

De rechtbank in Gelderland liet er in een recente uitspraak geen misverstand over bestaan:

een doorstartende werkgever moet er rekening mee houden dat als hij werknemers overneemt uit een failliete boedel, ook alle dienstjaren van voor het faillissement mee overgaan.

Deze regel staat bij juristen ook wel bekend als het leerstuk van “opvolgend werkgeverschap” en heeft betrekking op werkgevers die “ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden de opvolger te zijn van de vorige werkgever”.

In de uitspraak van de rechtbank Gelderland ging het om een werkgever die een deel van de activiteiten van een failliete onderneming overnam en 23 van de 51 werknemers een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van drie maanden aanbood. Deze arbeidsovereenkomsten werden vervolgens verlengd met één jaar. Omdat de werkgever er niet in slaagde om de activiteiten rendabel voort te zetten liet hij de werknemers weten dat de arbeidsovereenkomsten niet opnieuw verlengd zouden worden. In de visie van de werkgever was hij geen transitievergoeding verschuldigd nu de arbeidsovereenkomsten nog geen twee jaar hadden geduurd. Bovendien, zo betoogde de werkgever bij de rechtbank, is een werkgever volgens de wettelijke regels geen transitievergoeding verschuldigd bij een faillissement.

Opvolgend werkgeverschap werkt door bij faillissement
De werknemers beriepen zich echter op het leerstuk van opvolgend werkgeverschap. Volgens hen hoeft de gefailleerde werkgever inderdaad geen transitievergoeding te betalen, maar gaan de dienstjaren die voor het faillissement zijn opgebouwd wel mee over naar de doorstartende werkgever. Als die vervolgens tot ontslag besluit zal hij wel degelijk een transitievergoeding moeten betalen gebaseerd op alle dienstjaren, aldus de werknemers.

De rechtbank in Gelderland stelde de werknemers volledig in het gelijk.

Volgens de rechtbank hebben de wettelijke bepalingen rondom de transitievergoeding onmiddellijke werking en moeten ook dienstjaren van voor 1 juli 2015 meegeteld worden om de hoogte van de transitievergoeding te bepalen. Met een verwijzing naar het begrip opvolgend werkgeverschap concludeert de rechtbank dat de wetgever niet de bedoeling heeft gehad om een “knip” aan te brengen in het opvolgend werkgeverschap voor en na het faillissement. De volle arbeidsduur van voor het faillissement telt dus mee bij het bepalen van de transitievergoeding.

Publicatiedatum 21/01/2016

Volg ons op social media