Wanneer kan ik wegens een bedrijfseconomische reden ontslagen worden?

Terug

Voor een bedrijfseconomisch ontslag moet volgens de regels van het ontslagrecht een drie voorwaarden voldaan zijn: er moet sprake zijn van een bedrijfseconomische reden, het afspiegelingsbeginsel moet correct zijn toegepast en het moet niet mogelijk zijn om de werknemer te herplaatsen.

1. Bedrijfseconomische reden
In de eerste plaats zal uw werkgever aannemelijk moeten kunnen maken dat er sprake is van een bedrijfseconomische reden. Dat kan bijvoorbeeld een verliesgevende situatie zijn, maar ook een bedrijfsverhuizing of het outsourcen van werkzaamheden.

2. Afspiegelingsbeginsel
Uw werkgever kan niet zelf bepalen wie er wel en wie er niet ontslagen moet worden. Daarvoor geldt een bijzondere selectiemethode, het zogenaamde afspiegelingsbeginsel.

Op grond van dit afspiegelingsbeginsel moeten alle werknemers met een zogenaamde uitwisselbare functie worden ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen. De bedrijfseconomische ontslagen moeten zoveel mogelijk gelijkmatig verdeeld over de vijf leeftijdsgroepen plaatsvinden. U leest meer over het afspiegelingsbeginsel in dit artikel.

3. Herplaatsing
Uw werkgever zal duidelijk moeten kunnen maken dat u niet overgeplaatst kunt worden of een andere functie kunt gaan vervullen zodat het ontslag voorkomen kan worden. De werkgever heeft namelijk de verplichting om zich in te spannen om het ontslag te voorkomen.

Als er bijvoorbeeld vacatures binnen het bedrijf zijn waar u, al dan niet met behulp van een aanvullende opleiding, voor in aanmerking zou komen, kan dit een reden zijn voor het UWV Werkbedrijf of de kantonrechter om de ontslagaanvraag af te wijzen.

Als de ontslagplannen van uw werkgever niet aan alle drie de voorwaarden voldoen, kan het zinvol zijn om tegen het ontslag bezwaar te maken.

Publicatiedatum 02/08/2015

Volg ons op social media