Werkgever mag gratificatieregeling niet eenzijdig intrekken

Terug

Een werkgever in de medische sector wilde met een beroep op een gewenste harmonisatie van arbeidsvoorwaarden de gratificatieregeling van een vijftal pathologen beëindigen. De kantonrechter in Alkmaar oordeelde dat deze intrekking niet was toegestaan.


De werkgever was de gratificatieregeling al in 2002 overeengekomen. Er waren toen vijf pathologen werkzaam en er was in feite een vacature voor een zesde patholoog. De werkgever sprak echter met de vijf pathologen af dat er geen nieuwe collega zou worden aangenomen, maar dat de vijf pathologen de productie zouden leveren van zes pathologen. Zij zouden dus per persoon 20% extra productie moeten maken. In ruil hiervoor ontvingen de pathologen het salaris van een zesde patholoog dat naar rato over de pathologen verdeeld zou worden.

Over deze gratificatie (ook wel de 120%-regeling genoemd) werden ook schriftelijke afspraken gemaakt.

Begin 2016 geeft de werkgever aan dat hij de gratificatieregeling wil beëindigen. Het belangrijkste argument hiervoor is de wenst om de arbeidsvoorwaarden binnen de organisatie te harmoniseren. De pathologen gaan hiermee niet akkoord en leggen het geschil voor aan de kantonrechter.

Rechter: gratificatie is een arbeidsvoorwaarde

Volgens de rechter is de gratificatieregeling, die 14 jaar lang onverkort is toegepast, deel gaan uitmaken van de individuele arbeidsovereenkomsten. De gratificatie moet dan ook worden beschouwd als een arbeidsvoorwaarde.

Of een werkgever in een bepaalde situatie gerechtigd is om eenzijdig arbeidsvoorwaarden te wijzigen moet bepaald worden aan de hand van het arrest van de Hoge Raad dat bekend staat onder de naam Stoof/Mammoet. Op basis van dit arrest moet de rechter allereerst beoordelen of de werkgever voldoende aanleiding heeft om überhaupt tot een wijzigingsvoorstel te komen. Volgens de rechter loopt de zaak van de werkgever hierop al vast.

De rechter concludeert namelijk dat de enkele wens van de werkgever om de arbeidsvoorwaarden te harmoniseren onvoldoende aanleiding vormt voor een dergelijk in grijpend voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden. Omdat er evenmin sprake is van een redelijke overgangsregeling veroordeelt de rechter de werkgever om de gratificatieregeling voort te zetten.

Publicatiedatum 08/02/2017

Volg ons op social media